Kort uitgelegd
Wat zijn geslachtsklieren?
De eierstokken bevatten eicellen, waarvan er tijdens de vruchtbare jaren telkens een aantal aan rijping begint. De testes, een andere naam voor teelballen, maken vanaf de puberteit zaadcellen. Eicellen en zaadcellen heten samen geslachtscellen. Beide organen maken ook hormonen. Hun activiteit wordt mede geregeld door de hypothalamus en hypofyse, twee samenwerkende onderdelen onderaan de hersenen.[1]
Voortplantingsas
GnRH, LH en FSH vormen een pulserend netwerk
De hypothalamus geeft GnRH in pulsen af. De hypofyse reageert met LH en FSH. In de testes stimuleert LH de Leydigcellen en ondersteunt FSH via Sertolicellen de spermatogenese. In de eierstokken sturen LH en FSH follikelgroei, ovulatie en hormoonproductie.
Testosteron, estradiol, progesteron en inhibinen geven terugkoppeling. Rond de ovulatie kan hoge estradiolactiviteit tijdelijk juist een LH-piek uitlokken: een bekend voorbeeld van positieve terugkoppeling.
Tijdens een zwangerschap komt daar een tijdelijk hormoonproducerend orgaan bij: de placenta. Die werkt eerst samen met het gele lichaam en neemt later een groot deel van de progesteronproductie over.

Hormonen en zaadcellen
Testes: Leydigcellen en Sertolicellen
In de zaadbuisjes ondersteunen Sertolicellen zich ontwikkelende kiemcellen, vormen ze de bloed-testisbarrière en maken ze onder meer inhibine B. Tussen de buisjes liggen Leydigcellen, die onder invloed van LH vooral testosteron maken. Testosteron werkt lokaal mee aan spermatogenese en beïnvloedt via het bloed onder meer bot, spier, huid en bloedvorming.
De prostaat, zaadblaasjes en kliertjes van Cowper zijn accessoire klieren: ze leveren vloeistof aan het sperma, maar produceren geen zaadcellen. Het oude artikel besprak deze organen uitgebreid; ze blijven als verwante anatomie benoemd zonder ze met de gonaden te verwarren.
Een nauwkeurig ontwikkelingsproces
Zaadcellen zijn geen stamcellen
Aan de basis van de zaadbuisjes liggen spermatogoniale stamcellen. Ze kunnen zichzelf vernieuwen en dochtercellen leveren die via mitosen, meiose en spermiogenese uitrijpen tot zaadcellen. De stamcel is dus een voorloper; een rijpe zaadcel is een sterk gespecialiseerde kiemcel en geen stamcel.[2]
De totale ontwikkeling van spermatogoniale stamcel tot rijpe zaadcel duurt bij mensen ongeveer tweeënhalve maand, gevolgd door verdere rijping en transport in de bijbal.
Follikels en hormoonproductie
Eierstokken bewaren eicellen in follikels
Een follikel bestaat uit een oöcyt met omliggende granulosa- en thecacellen. In de klassieke, klinisch aanvaarde beschrijving wordt de voorraad oöcyten vóór de geboorte aangelegd en neemt die daarna af. Elke cyclus begint een groep follikels te groeien; meestal wordt één dominant en volgt ovulatie.
Granulosacellen maken onder meer estradiol en inhibine. Na ovulatie vormt de overgebleven follikel het corpus luteum, dat veel progesteron produceert. Deze hormonen beïnvloeden niet alleen voortplantingsorganen, maar ook bot, hersenen, bloedvaten en andere weefsels.
Fasen, geen vaste kalender
De hormonale cyclus
In de folliculaire fase stimuleert FSH de follikelontwikkeling en neemt estradiol toe. Een aanhoudend hoge estradiolspiegel kan de LH-piek uitlokken die ovulatie veroorzaakt. In de luteale fase maakt het corpus luteum progesteron en estradiol. Zonder zwangerschap neemt die productie af en volgt menstruatie.
Cycluslengte en hormoonwaarden variëren. PCOS, primaire ovariële insufficiëntie, hypothalamische amenorroe en andere aandoeningen kunnen ovulatie of menstruatie verstoren. Diagnose vraagt meer dan één “vrouwelijke hormoontest”.
Stamcellen in testes en eierstokken
Spermatogoniale stamcellen zijn goed aangetoond en onderhouden vanaf de puberteit de zaadcelproductie. Onderzoek naar kweek en transplantatie is belangrijk voor vruchtbaarheidsbehoud, maar klinische toepassing blijft gespecialiseerd en grotendeels experimenteel.
Het bestaan van cellen in volwassen menselijke eierstokken die duurzaam nieuwe, functionele eicellen leveren is omstreden. Er zijn kandidaatcellen beschreven, maar er is geen wetenschappelijke consensus en “ovariële stamceltherapie” is geen bewezen vruchtbaarheidsbehandeling.[3]
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen over de geslachtsklieren
Waarom zijn eierstokken en testes ook hormoonklieren?
Ze maken niet alleen geslachtscellen, maar geven ook hormonen aan het bloed af. Die hormonen beïnvloeden voortplanting, botten, spieren, hersenen en andere weefsels.
Zijn zaadcellen stamcellen?
Nee. Spermatogoniale stamcellen zijn voorlopercellen in de zaadbuisjes. Een rijpe zaadcel is een sterk gespecialiseerde geslachtscel en kan zichzelf niet als stamcel vernieuwen.
Worden na de geboorte nog nieuwe eicellen gemaakt?
De gangbare opvatting is dat de voorraad eicellen grotendeels vóór de geboorte wordt aangelegd. Mogelijke postnatale eicelvorming bij mensen blijft wetenschappelijk omstreden en is niet overtuigend aangetoond als normaal herstelmechanisme.
Hebben geslachtshormonen alleen met voortplanting te maken?
Nee. Oestrogenen, progesteron en androgenen beïnvloeden onder meer botmassa, spierweefsel, bloedvaten, huid en hersenen. Hun werking verschilt per weefsel en levensfase.
Gebruikte bronnen
Bronnen
- MSD Manual Professional: Female Reproductive Endocrinology, medisch beoordeeld in 2025.
- Endocrinology of the Testis and Spermatogenesis. Endotext, bijgewerkt 2026.
- Morphology and Physiology of the Ovary. Endotext.
- Morales-Sánchez E et al. Possible Postnatal Oogenesis. Review van bewijs en controverse, 2024.
Samenstelling: Stamcel.org. Inhoudelijk herzien op 30 augustus 2026.

