Celdeling en ontdekking

Stamcellen en klonen: wat is het verschil?

Een stamcel kan zichzelf vernieuwen en gespecialiseerde cellen voortbrengen. Een kloon is een groep cellen met een gemeenschappelijke oorsprong. Het ene gaat over wat een cel kan, het andere over waar cellen vandaan komen. Een stamcel kan dus óók deel uitmaken van een kloon.

Vereenvoudigde illustratie van twee dochtercellen tijdens de laatste fase van celdeling
Vereenvoudigde illustratie van de laatste fase van celdeling: twee dochtercellen snoeren zich van elkaar af. Celonderdelen en kleuren zijn schematisch.© Stamcel.org

Stamcel en kloon zijn geen tegengestelden

In gesprekken over stamcellen loopt het woord klonen al snel door de uitleg heen. Daardoor lijkt het soms alsof er twee soorten cellen bestaan: stamcellen en klooncellen. Dat is geen juiste biologische indeling. De begrippen beantwoorden verschillende vragen.[1][2]

BegripWaar gaat het over?Voorbeeld
StamcelZelfvernieuwing en het vermogen gespecialiseerde cellen te vormen.Een bloedstamcel die bijdraagt aan nieuwe bloedcellen.
CelkloonCellen die door deling uit één oorspronkelijke cel zijn ontstaan.Een kolonie in een kweekschaaltje, begonnen met één cel.
KlonenHet maken van genetisch gelijke of vrijwel gelijke kopieën van DNA, cellen of een organisme.Een DNA-fragment vermeerderen voor onderzoek.

Wie over klonen leest, moet dus eerst weten wat er wordt gekopieerd. Een stukje DNA vermeerderen is iets heel anders dan een schaap klonen.[3]

Wat maakt een cel een stamcel?

Twee eigenschappen horen bij elkaar: een stamcel kan de voorraad stamcellen onderhouden én cellen met een bepaalde taak voortbrengen. Die ontwikkeling naar een gespecialiseerde cel heet differentiatie. Alleen kunnen delen is dus niet genoeg om een stamcel te zijn.[1]

Stamcellen verschillen in hun mogelijkheden. Bloedstamcellen in het beenmerg vormen de verschillende bloedcellijnen, maar zijn geen universele bron voor ieder orgaan. Pluripotente stamcellen hebben een veel ruimer ontwikkelingsvermogen: zij kunnen de celtypen van het lichaam voortbrengen. De verschillende soorten stamcellen zijn daarom niet onderling uitwisselbaar.[4]

Ook zelfvernieuwing is geen belofte van onbeperkte groei. Een deling kan twee stamcellen opleveren, een stamcel en een verder ontwikkelde cel, of twee verder ontwikkelde cellen. Signalen uit de omgeving helpen bepalen welke richting cellen volgen. In een weefsel moet de voorraad daarbij in evenwicht blijven.[4]

Wat betekent een kloon van cellen?

Stel dat een onderzoeker met één cel begint. De cel deelt, de dochtercellen delen opnieuw en er ontstaat een kolonie. Die nakomelingen vormen samen een celkloon: hun afstamming loopt terug naar dezelfde begin-cel. Het begrip beschrijft die gemeenschappelijke oorsprong, niet een vaste functie van iedere nakomeling.[2]

Het woord klooncel betekent dus niet automatisch een gespecialiseerde cel. Evenmin betekent het een cel van een andere persoon. Gekweekte cellen kunnen van de persoon zelf of van een donor afkomstig zijn. Dat is een andere indeling dan stamcel tegenover gespecialiseerde cel.

Bij DNA-klonen gaat het bovendien niet om hele cellen of mensen, maar om kopieën van een geselecteerd DNA-fragment. Daarmee kunnen onderzoekers bijvoorbeeld een gen nader bestuderen. Dezelfde term komt dus op verschillende schaalniveaus terug.[3]

Hoe kan hetzelfde DNA verschillende cellen opleveren?

Een zenuwcel en een huidcel hebben heel verschillende taken. Toch bevatten de meeste kernhoudende lichaamscellen grotendeels dezelfde erfelijke informatie. Het verschil zit voor een belangrijk deel in het gebruik daarvan: welke genen actief zijn, wanneer en hoe sterk.

Dat gebruik heet genexpressie. Een cel leest informatie uit DNA af om RNA en, voor veel genen, eiwitten te maken. Een eiwit kan bijvoorbeeld een signaal doorgeven of deel uitmaken van de bouw van een cel. Door andere combinaties te gebruiken, krijgen cellen andere eigenschappen.[5]

Een huidcel is niet simpelweg een cel waaruit alle informatie voor andere weefsels verdwenen is. Dat onderscheid bleek beslissend. Als de informatie nog aanwezig is, zou een gespecialiseerde cel dan ook opnieuw andere mogelijkheden kunnen krijgen? Experimenten met celkernen lieten zien dat dit onder bijzondere omstandigheden inderdaad kan.[6]

Van kikkervisje tot Dolly: specialisatie bleek niet definitief

1962: een darmcelkern en een kikkerei

John Gurdon plaatste celkernen uit het darmweefsel van kikkervisjes in eicellen waarvan de eigen kern was uitgeschakeld. Sommige ontwikkelden zich tot zwemmende kikkervisjes. Een kern uit een gespecialiseerde cel bleek dus nog informatie te bevatten voor veel andere celtypen. Niet ieder experiment slaagde, maar de uitkomst veranderde het denken over celontwikkeling.[6]

1997: de publicatie over Dolly

Ian Wilmut en collega's beschreven vervolgens een schaap dat was ontstaan na kernoverdracht vanuit gekweekte cellen uit het melkklierweefsel van een volwassen dier. Dolly maakte zichtbaar dat zo'n kern ook bij een zoogdier een nieuwe ontwikkeling kon ondersteunen. Er kwam geen volwassen schaap uit de eicel: eerst volgden embryonale ontwikkeling, zwangerschap en geboorte.

De betekenis van het onderzoek was groter dan het kopiëren van een dier. Het liet zien dat de omgeving van een eicel de toestand van een volwassen celkern ingrijpend kan veranderen. Dat proces noemen we herprogrammering.[7]

Hoe werkt kerntransplantatie?

Bij kerntransplantatie, ook somatische celkernoverdracht of SCNT genoemd, komt de kern van een lichaamscel in een eicel waarvan het eigen kernmateriaal is verwijderd. De eicelomgeving kan de overgebrachte kern herprogrammeren. Als vroege ontwikkeling op gang komt, kan een embryo ontstaan. Het doel van het vervolgonderzoek maakt vervolgens een belangrijk verschil.[8]

Reproductief klonen

Het doel is de geboorte van een dier. Daarvoor moet het embryo zich na overdracht aan een draagmoeder verder ontwikkelen. Dolly is daarvan een bekend voorbeeld.[7]

Stamcellen voor onderzoek

Het doel is embryonale stamcellen uit een vroege ontwikkelingsfase te verkrijgen. Dit wordt ook therapeutisch klonen genoemd. Het woord therapeutisch beschrijft hier een mogelijk toepassingsdoel, geen bewezen behandeling.[8]

In 2013 beschreven Tachibana en collega's menselijke embryonale stamcellijnen die via celkernoverdracht waren verkregen. Hun kern-DNA kwam van de oorspronkelijke lichaamscel. De cellen vertoonden eigenschappen van pluripotente stamcellen. Dat onderzoek ging over cellijnen in het laboratorium, niet over de geboorte van een gekloond mens.[8]

De gedachte dat een overgebrachte huidcelkern uitsluitend huidcellen kan opleveren, klopt dus niet. Herprogrammering kan juist bredere ontwikkelingsmogelijkheden terugbrengen. Tegelijk vraagt onderzoek met menselijke eicellen en embryo's om bijzondere ethische beoordeling. De internationale ISSCR-richtlijnen rekenen menselijk reproductief klonen tot onderzoek dat niet mag worden nagestreefd.[11]

iPS-cellen: herprogrammeren zonder eicel

Een andere doorbraak volgde met geïnduceerde pluripotente stamcellen, meestal afgekort tot iPS-cellen. Hierbij wordt geen celkern naar een eicel verplaatst. Onderzoekers veranderen de regeling van genen in een lichaamscel, zodat de cel een pluripotente toestand bereikt.

Na het eerste werk met muizencellen in 2006 liet het team van Shinya Yamanaka in 2007 zien dat dit ook met menselijke huidfibroblasten kon. Fibroblasten zijn cellen die onder meer bijdragen aan bindweefsel. Vier regulerende factoren hielpen de cellen terug te brengen naar een toestand met veel ruimere ontwikkelingsmogelijkheden.[6][9]

Een iPS-cel is geen embryo en ook geen kopie van een volledig mens. Het is een gekweekte cel met bijzondere ontwikkelingsmogelijkheden. Vanuit zulke cellen kunnen onderzoekers verschillende celtypen maken en hun ontwikkeling vergelijken. Het artikel over stamcelonderzoek beschrijft hoe dat helpt bij het bestuderen van weefsels.[9]

Een natuurlijk voorbeeld: klonen in het immuunsysteem

Voor een celkloon is niet altijd een laboratorium nodig. Ook bij een normale immuunreactie groeien bepaalde celfamilies sterk. Wanneer een passende B-cel of T-cel geactiveerd wordt, kan zij zich vermeerderen. Er ontstaan veel nakomelingen die aan de reactie bijdragen. Dat heet klonale expansie.

Die uitbreiding gaat samen met specialisatie. Sommige nakomelingen voeren direct een taak uit, andere kunnen als geheugencellen blijven bestaan. Gemeenschappelijke afstamming betekent dus niet dat alle cellen dezelfde rol moeten houden. Dit is een belangrijk principe van het immuunsysteem, geen vorm van het klonen van mensen.[10]

Zo komen de begrippen bij elkaar: celdeling vergroot het aantal cellen, differentiatie verandert hun taak en herprogrammering kan hun ontwikkelingsmogelijkheden veranderen. Door die processen uit elkaar te houden, wordt ook duidelijker wat een ontdekking over stamcellen werkelijk laat zien.

Veelgestelde vragen over stamcellen en klonen

Is een klooncel altijd een gespecialiseerde cel?

Nee. Het woord kloon verwijst naar gemeenschappelijke oorsprong. Ook een kolonie stamcellen kan uit één cel zijn ontstaan. Om te weten of een cel een stamcel is, moet je haar eigenschappen onderzoeken.

Kunnen stamcellen uit beenmerg elk orgaan herstellen?

Nee. Bloedstamcellen zijn gericht op bloedvorming. Dat zij verschillende bloedcellen kunnen voortbrengen, betekent niet dat zij ook ieder ander weefsel kunnen vormen of herstellen.

Wat is het verschil tussen celdeling en klonen?

Celdeling is het proces waarbij dochtercellen ontstaan. Als een groep cellen afstamt van één begin-cel, spreken we van een celkloon. Klonen kan daarnaast slaan op het kopiëren van DNA of op technieken voor het voortbrengen van een organisme.

Kan een huidcel weer een stamcel worden?

Ja. Onderzoekers kunnen bepaalde huidcellen in het laboratorium herprogrammeren tot iPS-cellen. Het gaat om een verandering van de celtoestand, niet om iets dat elke huidcel vanzelf doet.

Zijn iPS-cellen hetzelfde als therapeutisch klonen?

Nee. Voor iPS-cellen wordt een lichaamscel rechtstreeks herprogrammeerd. Bij therapeutisch klonen via kerntransplantatie wordt een celkern naar een eicel overgebracht en worden stamcellen uit een vroege embryonale ontwikkelingsfase verkregen.

Waarom gebruiken onderzoekers klonen?

Dat hangt van het onderzoek af. Een DNA-kloon helpt een bepaald DNA-fragment bestuderen. Een celkloon geeft een groep met dezelfde oorsprong. Kerntransplantatie helpt onderzoeken hoe de toestand van een celkern kan worden veranderd.

Wetenschappelijke bronnen

  1. NIH, National Institute of General Medical Sciences (2024). What Are Stem Cells? Zelfvernieuwing en differentiatie.
  2. IUPAC (2025). Clone. Compendium of Chemical Terminology, vijfde editie. Definitie van een celkloon.
  3. NIH, National Human Genome Research Institute. Cloning. Uitleg over DNA-, cel- en organismeklonen.
  4. NIH. Stem Cell Basics. Ontwikkelingsvermogen, zelfvernieuwing en celkweek.
  5. NIH, National Human Genome Research Institute. Gene Expression. Hoe cellen erfelijke informatie gebruiken.
  6. Nobel Assembly (2012). Mature cells can be reprogrammed to become pluripotent. Wetenschappelijke achtergrond bij de ontdekkingen van Gurdon en Yamanaka.
  7. Wilmut I et al. (1997). Viable offspring derived from fetal and adult mammalian cells. Nature. DOI: 10.1038/385810a0. Oorspronkelijk dieronderzoek naar kernoverdracht bij schapen.
  8. Tachibana M et al. (2013). Human embryonic stem cells derived by somatic cell nuclear transfer. Cell. DOI: 10.1016/j.cell.2013.05.006. Laboratoriumonderzoek met menselijke cellen.
  9. Takahashi K et al. (2007). Induction of pluripotent stem cells from adult human fibroblasts by defined factors. Cell. DOI: 10.1016/j.cell.2007.11.019. Oorspronkelijk onderzoek naar menselijke iPS-cellen.
  10. Janeway CA Jr et al. (2001). Principles of innate and adaptive immunity. Immunobiology, vijfde editie. Basisprincipes van klonale selectie en expansie.
  11. International Society for Stem Cell Research. Laboratory-based Human Embryonic Stem Cell Research, Embryo Research, and Related Research Activities. Richtlijnen, onderdeel 2; versie met actualisering uit 2025.