Wat betekent iPS?
De letters staan voor induced pluripotent stem cell, in het Nederlands: geïnduceerde pluripotente stamcel. Geïnduceerd betekent dat onderzoekers de verandering hebben opgewekt. Pluripotent betekent dat een cel in beginsel celtypen uit de drie grote ontwikkelingsrichtingen van het lichaam kan vormen.
Het gaat dus niet om een zeldzame stamcel die uit een huidmonster wordt gevist. Een al gespecialiseerde cel krijgt andere ontwikkelingsmogelijkheden. Het woord herprogrammering beschrijft die verandering van celtoestand. Het maken van de uiteindelijke zenuwcel, spiercel of kliercel is daarna een afzonderlijke stap: differentiatie.[1]
Een iPS-cel is op zichzelf geen embryo en ook geen kant-en-klaar lichaamsdeel. Het is een kweekbare stamcel waarmee onderzoekers verder kunnen werken.
De ontdekking: specialisatie bleek niet definitief
Lange tijd leek de ontwikkeling van een cel vooral eenrichtingsverkeer. Een cel kreeg een taak en bleef die uitvoeren. Het onderzoek naar herprogrammering stelde een andere vraag: bevat een gespecialiseerde cel nog genoeg informatie om opnieuw veel verschillende celtypen te vormen?
In 2006 lieten Kazutoshi Takahashi en Shinya Yamanaka zien dat fibroblasten van muizen met vier regulerende factoren een embryonale-stamcelachtige toestand konden aannemen. Fibroblasten zijn bindweefselcellen. De vier factoren, OCT4, SOX2, KLF4 en c-MYC, beïnvloeden welke genen actief zijn. Ze worden vaak de Yamanaka-factoren genoemd.[2]
In 2007 volgde de stap naar menselijke huidfibroblasten. Takahashi en collega’s beschreven menselijke iPS-cellen die belangrijke eigenschappen met embryonale stamcellen deelden. Onafhankelijk daarvan publiceerde de groep van James Thomson vergelijkbare resultaten met een andere combinatie van factoren.[3][4]
De betekenis van deze experimenten was groter dan één nieuwe celkweekmethode. Ze maakten zichtbaar dat een celidentiteit kan veranderen zonder eerst een nieuwe bevruchting te laten plaatsvinden.
Wat verandert er in de cel?
Een bindweefselcel en een zenuwcel gebruiken grotendeels dezelfde erfelijke informatie, maar lezen die anders uit. In het ene celtype zijn andere groepen genen actief dan in het andere. Daardoor ontstaan andere eiwitten, vormen en functies.
Bij herprogrammering wordt deze regeling ingrijpend veranderd. Ook de verpakking van DNA en chemische markeringen rond het DNA veranderen. Die laag van genregulatie heet epigenetica. De volgorde van de DNA-letters en de manier waarop de cel die informatie gebruikt, zijn dus twee verschillende dingen.[5]
Dat onderscheid voorkomt een misverstand: herprogrammeren is niet hetzelfde als een erfelijke afwijking repareren. Een iPS-cel kan een ziekteveroorzakende DNA-variant van de donor nog steeds bevatten. Juist daardoor kan zo’n cellijn interessant zijn voor onderzoek. Ook kunnen tijdens het maken en langdurig kweken genetische veranderingen ontstaan. Die moeten onderzoekers opsporen.[6]
Van een celmonster naar een onderzoeksmodel
Een cel wordt niet met één handeling een bruikbaar onderzoeksmodel. Hieronder kun je de vier hoofdfasen bekijken. Dit is een uitleg van het proces, geen kweekprotocol.
Eerst is er een cel van een donor
Onderzoekers kunnen bijvoorbeeld beginnen met fibroblasten uit een huidmonster. Toestemming voor gebruik en opslag van het materiaal hoort bij de voorbereiding. Herkomst en identiteit van de cellen moeten later te achterhalen zijn. Een celmonster en de gegevens van een donor vormen samen geen vrij te gebruiken onderzoeksvoorraad.[7]
De cel krijgt een andere toestand
Regulerende factoren brengen een deel van de cellen richting pluripotentie. De eerste methoden gebruikten virussen die genetisch materiaal konden inbouwen. Later kwamen ook methoden zonder blijvende inbouw van zulke instructies, bijvoorbeeld met tijdelijk aanwezig boodschapper-RNA. Een onderzoek uit 2010 liet zien dat aangepaste RNA-moleculen menselijke cellen konden herprogrammeren.[8]
Niet iedere behandelde cel verandert succesvol. De methode maakt bovendien uit voor de controles die daarna nodig zijn.
Een kolonie is nog geen bewezen iPS-cellijn
Geslaagde kolonies worden verder gekweekt. Onderzoekers beoordelen onder meer identiteit, verontreiniging, genetische stabiliteit en eigenschappen die bij pluripotentie horen. Alleen een ronde celvorm of één positief merkteken is onvoldoende. Een cellijn moet geschikt blijken voor de vraag waarvoor zij wordt gebruikt.[6][7]
Daarna volgt het gewenste celtype
Door kweekomstandigheden en signalen te veranderen, proberen onderzoekers de iPS-cellen gericht te laten specialiseren. Bijvoorbeeld tot voorlopers van zenuwcellen. Ze moeten vervolgens nagaan welke cellen werkelijk zijn ontstaan en wat die kunnen. Cellen in een schaaltje gedragen zich niet vanzelf als volwassen cellen in een compleet orgaan.[9]
Hoe deze volgende stap werkt, lees je bij drie voorbeelden van celspecialisatie.
iPS-cellen, embryonale stamcellen en volwassen stamcellen
De naam vertelt niet altijd het hele verhaal. iPS-cellen worden vaak uit volwassen lichaamscellen gemaakt, maar zijn daardoor niet hetzelfde als de volwassen stamcellen die al in een weefsel aanwezig zijn.
| Soort | Waar komen ze vandaan? | Wat kenmerkt ze? |
|---|---|---|
| iPS-cellen | Geherprogrammeerde lichaamscellen | Pluripotent; ontstaan door een laboratoriumingreep |
| Embryonale stamcellen | Cellen uit een vroeg embryo | Pluripotent; een andere oorsprong dan iPS-cellen |
| Volwassen weefselstamcellen | Onder meer beenmerg, darm en huid | Meestal beperkt tot celtypen van een bepaald weefsel |
Bij het maken van iPS-cellen uit een donorcel hoeft geen embryo te worden gebruikt. Dat neemt niet alle ethische vragen weg: toestemming, privacy en het latere gebruik blijven belangrijk. De verschillende soorten stamcellen hebben ieder hun eigen mogelijkheden en beperkingen.[1][7]
Herprogrammeren is evenmin hetzelfde als een mens of dier klonen. Bij iPS-technologie wordt de toestand van cellen veranderd. Bij reproductief klonen zou het doel een heel organisme zijn. Lees meer over het verschil tussen stamcellen en klonen.
Wat kun je ontdekken met iPS-cellen?
Stel dat je wilt weten waarom zenuwcellen van sommige mensen anders reageren op een prikkel. Je kunt niet zomaar levende hersencellen bij die mensen wegnemen. Via iPS-cellen kun je wel een model maken waarin een deel van hun erfelijke achtergrond behouden blijft.
Een Nederlands voorbeeld is de MS-iPS Biobank. Daar worden cellijnen verzameld voor onderzoek naar multiple sclerose. Onderzoekers kunnen daaruit celtypen maken die bij de hersenen en het ziekteproces betrokken zijn. Het gaat om een onderzoeksmodel, niet om het nabouwen van de volledige persoon of van alle aspecten van MS.[10]
Met zulke modellen kunnen onderzoekers vragen stellen die in een mens moeilijk afzonderlijk te onderzoeken zijn: hoe ontwikkelt een cel zich, wanneer ontstaan verschillen en wat doet een bepaalde stof met de cel? De kwaliteit van de vergelijking is daarbij doorslaggevend. Verschillen tussen donoren, cellijnen en kweekrondes kunnen de uitkomst beïnvloeden.[9]
Ook driedimensionale kweekmodellen, zoals sommige organoïden, kunnen uit pluripotente stamcellen worden opgebouwd. Zij bootsen bepaalde kenmerken van weefsel na, maar zijn geen complete organen. Voor de uiteindelijke functie blijven bijvoorbeeld rijping, onderlinge contacten en de omgeving belangrijk.
Een voorbeeld is het onderzoek met nierorganoïden uit iPS-cellen. Herkenbare nierstructuren in een kweek zijn nog geen volledig werkende nier.
Van onderzoek naar behandeling: waar staan we?
Voor een behandeling wil je meestal niet de pluripotente iPS-cel zelf, maar een zorgvuldig gekozen celtype dat daaruit is gemaakt. Achterblijvende ongedifferentieerde cellen kunnen ongewenste groei veroorzaken. Daarom tellen onder meer zuiverheid, genetische stabiliteit, gedrag na transplantatie en langdurige veiligheid mee.[6][11]
In een in 2025 gepubliceerd Japans onderzoek kregen zeven mensen met Parkinson voorlopercellen van dopamineproducerende zenuwcellen, gemaakt uit iPS-cellen van een donor. De onderzoekers volgden hen 24 maanden. Het was een kleine, niet-geblindeerde studie zonder controlegroep, vooral gericht op veiligheid. De resultaten zijn dus niet hetzelfde als bewijs dat Parkinson hiermee kan worden genezen.[11]
In maart 2026 kreeg het iPS-afgeleide product AMCHEPRY (raguneprocel) in Japan een voorwaardelijke, tijdsgebonden toelating voor bepaalde patiënten met Parkinson bij onvoldoende effect van gebruikelijke medicatie. Aan die toelating zijn verdere beoordeling van werkzaamheid en veiligheid en strikte gebruiksvoorwaarden verbonden. Een Japanse toelating is geen Nederlandse toelating en geen algemene goedkeuring van iPS-behandelingen.[12]
Daarmee is iPS-onderzoek niet meer uitsluitend werk voor het laboratorium. Tegelijk blijft iedere toepassing een afzonderlijke medische vraag. Een veelbelovende cel is nog niet automatisch een veilige, werkzame behandeling.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een iPS-cel en een gewone stamcel?
Een iPS-cel ontstaat door een lichaamscel in het laboratorium te herprogrammeren. Een weefselstamcel is al aanwezig in het lichaam en onderhoudt daar meestal een beperkt aantal verwante celtypen. Beide kunnen stamceleigenschappen hebben, maar hun oorsprong en mogelijkheden verschillen.
Zijn er embryo’s nodig om iPS-cellen te maken?
Niet voor het herprogrammeren van een gewone lichaamscel tot een iPS-cel. De cellen kunnen bijvoorbeeld uit een huidmonster komen. Het gebruik van menselijk celmateriaal vereist wel zorgvuldige afspraken en toestemming.
Wordt het DNA van de donor gewist?
Nee. Herprogrammering verandert vooral de manier waarop genetische informatie wordt gebruikt. Erfelijke DNA-varianten verdwijnen niet vanzelf. Daarom is herprogrammering iets anders dan gerichte genbewerking.
Kan een iPS-cel ieder gewenst celtype maken?
Pluripotentie betekent een breed ontwikkelingsvermogen, maar niet dat elk gewenst volwassen celtype gemakkelijk of volledig functioneel kan worden gekweekt. Voor ieder doel zijn passende signalen, rijping en controles nodig.
Zijn cellen uit je eigen lichaam automatisch veilig?
Nee. Ook eigen cellen kunnen tijdens het kweken veranderen of na transplantatie ongewenst gedrag vertonen. De oorsprong bij dezelfde persoon vervangt geen onderzoek naar kwaliteit en veiligheid.
Kun je al een behandeling met iPS-cellen krijgen?
Er zijn klinische studies en in Japan bestaat sinds maart 2026 een voorwaardelijke toelating voor een specifieke iPS-afgeleide Parkinsonbehandeling. Dat zegt niets over een willekeurig aangeboden stamcelproduct. Beschikbaarheid en toelating verschillen per product, land en medische situatie.
Bronnen
- NIH. Stem Cell Basics. Uitleg over zelfvernieuwing, pluripotentie en het kweken van stamcellen.
- Takahashi K, Yamanaka S. Cell, 2006. Eerste iPS-experimenten met fibroblasten van muizen. DOI: 10.1016/j.cell.2006.07.024.
- Takahashi K et al. Cell, 2007. Herprogrammering van volwassen menselijke fibroblasten. DOI: 10.1016/j.cell.2007.11.019.
- Yu J et al. Science, 2007. Onafhankelijk onderzoek naar menselijke iPS-cellijnen. DOI: 10.1126/science.1151526.
- NHGRI. Epigenomics Fact Sheet. Uitleg over genactiviteit en epigenetische markeringen.
- ISSCR. Standards for Human Stem Cell Use in Research: Genomic Characterization. Kwaliteit en genetische veranderingen in celkweek.
- ISSCR. Standards for Human Stem Cell Use in Research: Basic Characterization. Herkomst, toestemming, identiteit en kweekkwaliteit.
- Warren L et al. Cell Stem Cell, 2010. Herprogrammering met synthetisch aangepast RNA in menselijke cellen. DOI: 10.1016/j.stem.2010.08.012.
- ISSCR. Standards for Human Stem Cell Use in Research: Stem Cell-Based Model Systems. Functie, rijping en beperkingen van modellen.
- MS-iPS Biobank. Wat zijn iPS-cellijnen en waar worden ze voor gebruikt? Nederlands onderzoeksvoorbeeld.
- Sawamoto N et al. Nature, 2025. Fase I/II-onderzoek met iPS-afgeleide dopaminevoorlopercellen bij zeven mensen met Parkinson, zonder controlegroep. DOI: 10.1038/s41586-025-08700-0.
- PMDA. AMCHEPRY (raguneprocel), beoordelingsrapport 2026, Engelstalige vertaling (PDF). Voorwaardelijke en tijdsgebonden Japanse toelating en vervolgonderzoek.

