Het immuunsysteem

Het lymfestelsel: lymfevaten, lymfeklieren en de milt

Uit kleine bloedvaten komt vocht tussen je cellen terecht. Lymfevaten nemen overtollig vocht op en brengen het terug naar het bloed. Onderweg stroomt het door lymfeklieren, waar afweercellen ziekteverwekkers kunnen herkennen. Dit netwerk heet het lymfestelsel: het helpt vocht afvoeren én je lichaam beschermen.

Conceptuele illustratie van een lymfeklier met sterk uitvergrote dendritische cel en lymfocyten
Conceptuele illustratie van celcontacten in een lymfeklier. De grote immuuncellen en signaalmoleculen zijn afzonderlijk uitvergroot, niet op schaal ten opzichte van de lymfeklier.© Stamcel.org

Van weefselvocht naar lymfe

Vloeistof en opgeloste stoffen worden uitgewisseld tussen bloed en weefsels. Kleine lymfevaten nemen vocht en bepaalde grotere bestanddelen uit de weefselruimte op. Vanaf dat moment heet de vloeistof lymfe.

Grotere lymfevaten voeren de lymfe uiteindelijk terug naar de bloedbaan. Kleppen helpen terugstromen tegengaan. Beweging van het lichaam en samentrekking van vaatwanden ondersteunen het transport. Er is geen apart lymfehart dat de hele stroom aandrijft. [1]

Lymfeklieren zijn ontmoetingsplaatsen

Lymfeklieren zijn kleine organen langs de lymfevaten, onder meer in hals, oksels, borst, buik en liezen. Ze bevatten immuuncellen en helpen materiaal in de lymfe beoordelen. Een lymfeklier is dus niet alleen een zeef waar iets in blijft hangen. [2]

Antigeenpresenterende cellen kunnen informatie uit een weefsel meenemen. T-cellen herkennen passende moleculaire fragmenten wanneer die op een geschikte manier worden aangeboden. Voor een volledige reactie zijn doorgaans ook aanvullende signalen nodig. Dat verkleint de kans dat iedere ontmoeting tot een aanval leidt. [3]

Hoe een ontmoeting tot gerichte bescherming leidt

B-cellen kunnen na activering uitgroeien tot plasmacellen die antistoffen maken. Die antistoffen binden aan bepaalde structuren van bijvoorbeeld een ziekteverwekker. Andere nakomelingen kunnen als geheugencellen behouden blijven.

Bij reacties op veel eiwitantigenen werken B-cellen samen met helper-T-cellen. Die samenwerking helpt een gerichte antistofreactie ontstaan. De lymfeklier brengt verschillende deelnemers dicht bij elkaar, maar het precieze verloop hangt af van het antigeen en de omstandigheden. [4] Meer over de beslissingen binnen zo'n reactie staat bij herkenning, tolerantie en immunologisch geheugen.

De milt houdt het bloed in de gaten

De milt ligt linksboven in de buik, nabij de maag. Zij verwerkt bloed, verwijdert onder meer oude bloedcellen en draagt bij aan immuunreacties tegen materiaal in het bloed. Dat is een belangrijk verschil met lymfeklieren, die langs de lymfestroom liggen.

De milt is dus geen grote lymfeklier. Beide bevatten immuunweefsel, maar bemonsteren verschillende routes. De plaats waar materiaal het lichaam binnenkomt, beïnvloedt zo waar de eerste belangrijke ontmoetingen met immuuncellen plaatsvinden. [5]

Ook vettransport maakt gebruik van lymfevaten

In darmvlokken liggen kleine lymfevaatjes. Veel langeketenvetzuren uit voeding worden in darmcellen verwerkt en verpakt in vetrijke deeltjes: chylomicronen. Die bereiken via de lymfe de bloedbaan.

Dat geldt niet voor alle voedingsstoffen. Veel wateroplosbare stoffen gaan vanuit de darm rechtstreeks het bloed in. Het lymfestelsel heeft dus naast zijn immuuntaken ook een duidelijke rol in de opname en het vervoer van voedingsvetten. [6]

Waar komen de immuuncellen vandaan?

Beenmerg levert via bloedvormende stamcellen de voorlopers van veel immuuncellen. B-cellen doorlopen belangrijke ontwikkelingsstappen in het beenmerg. Voorlopers van T-cellen rijpen verder in de thymus. Daarna kunnen rijpe lymfocyten door bloed, lymfe en lymfoïde organen bewegen.

Die verdeling van taken is nuttig: aanmaak, rijping en ontmoeting met antigenen gebeuren niet allemaal op dezelfde plek. [1]

Onthouden: lymfeklier of milt?

Lymfeklier: materiaal dat met de lymfe uit weefsels komt. Milt: materiaal en cellen in het bloed.

Onthouden: thymus of beenmerg?

Beenmerg: bloedvorming en onder meer B-celontwikkeling. Thymus: rijping en selectie van T-cellen.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen lymfe en bloed?

Lymfe ontstaat uit opgenomen weefselvocht en stroomt door lymfevaten. Bloed circuleert in bloedvaten. De lymfe wordt uiteindelijk teruggevoerd naar de bloedbaan.

Is een lymfeklier een hormoonklier?

Nee. Ondanks de naam is de hoofdtaak niet hormoonafgifte, maar deelname aan immuunreacties langs de lymfestroom.

Filtert de milt lymfe?

De milt verwerkt vooral bloed. Lymfeklieren liggen in de route van de lymfe.

Heeft het lymfestelsel alleen een taak bij infecties?

Nee. Het draagt ook bij aan vochttransport en aan het vervoer van bepaalde voedingsvetten.

Bronnen

  1. OpenStax. Anatomy of the Lymphatic and Immune Systems.
  2. National Cancer Institute. Lymph node.
  3. OpenStax. T lymphocytes and Their Functional Types.
  4. OpenStax. B-lymphocytes and Antibodies.
  5. National Cancer Institute. Spleen.
  6. OpenStax. Chemical Digestion and Absorption.