Van cel tot weefsel

Stamcelonderzoek: van ontdekking naar behandeling

Een stamcel kan nieuwe stamcellen maken en cellen laten ontstaan met een eigen taak, zoals een bloedcel of zenuwcel. Onderzoekers willen begrijpen hoe dat gebeurt en welke signalen een cel daarbij sturen. Ze kweken hiervoor cellen en kleine stukjes weefsel in het laboratorium. Zo leren ze over de ontwikkeling van ons lichaam en onderzoeken ze mogelijke behandelingen.

Illustratie van een organoïde en cellen in een kweekschaal bij een pipet
Illustratie van stamcelonderzoek met een organoïde in een kweekschaal. Cellen en celstructuren zijn sterk uitvergroot ten opzichte van de schaal en pipet; dit is geen laboratoriumfoto.© Stamcel.org

Wat onderzoeken wetenschappers met stamcellen?

Onderzoekers bestuderen hoe stamcellen nieuwe stamcellen maken en hoe daaruit cellen met een bepaalde functie ontstaan. Ze gebruiken zulke cellen ook om in het laboratorium na te gaan wat er bij een ziekte verandert of hoe een mogelijk medicijn werkt. Niet ieder stamcelonderzoek is dus bedoeld om cellen bij een patiënt in te brengen.[1]

Hoe krijgt een stamcel een eigen taak?

Een bloedcel vervoert zuurstof of helpt bij de afweer. Een zenuwcel geeft signalen door. Zulke taken ontstaan doordat cellen tijdens hun ontwikkeling andere eigenschappen krijgen. Dat proces heet differentiatie.

Niet iedere stamcel kan hetzelfde. Welke cellen eruit kunnen ontstaan, hangt onder meer af van het soort stamcel. Bloedstamcellen leveren bloedcellen. Pluripotente stamcellen hebben een veel ruimere ontwikkelingsmogelijkheid. Signalen uit hun omgeving beïnvloeden welke richting ze inslaan.[1]

Onderzoekers proberen de juiste combinatie en volgorde van signalen te vinden. Ze veranderen bijvoorbeeld de voedingsbodem of voegen op bepaalde momenten groeifactoren toe: stoffen die de ontwikkeling van cellen beïnvloeden. Vervolgens meten ze of de gekweekte cellen werkelijk de bedoelde eigenschappen krijgen.[2]

De verschillende ontwikkelingsmogelijkheden staan uitgelegd bij soorten stamcellen en differentiatie. Voor de basis kun je beginnen bij wat stamcellen zijn.

Een volwassen cel terugbrengen naar een veelzijdige toestand

Een belangrijke ontdekking was dat een gespecialiseerde lichaamscel opnieuw pluripotent kan worden gemaakt. In 2007 beschreven onderzoekers hoe dat lukte met menselijke huidcellen. Door bepaalde regelgenen actief te maken, veranderde de toestand van de cellen. De uitkomst heet een geïnduceerde pluripotente stamcel, meestal afgekort tot iPS-cel.[3]

Dat is niet hetzelfde als een mens klonen. Bij deze herprogrammering wordt geen compleet organisme gemaakt: onderzoekers veranderen cellen die vervolgens in het laboratorium worden gekweekt. Voor het maken van iPS-cellen is geen embryo nodig. Embryonale stamcellen hebben een andere oorsprong; beide typen zijn bruikbaar in onderzoek, maar zijn niet in ieder opzicht gelijk.[1], [3]

Een praktisch voordeel is dat onderzoekers cellen van een bepaalde persoon kunnen gebruiken. Daaruit kunnen ze bijvoorbeeld zenuwachtige of hartspierachtige cellen kweken om erfelijke eigenschappen te onderzoeken. Zo wordt een proces dat in het lichaam moeilijk bereikbaar is, toegankelijk voor een experiment.[2]

Organoïden: stukjes weefsel als onderzoeksmodel

Een gewone celkweek groeit vaak als een dunne laag. Een organoïde heeft een driedimensionale structuur waarin verschillende cellen zich gedeeltelijk organiseren zoals in een orgaan. Het is geen compleet miniatuurorgaan, maar een model van bepaalde onderdelen en functies.[2]

Een bekend voorbeeld komt uit onderzoek naar de darm. Sato en collega's lieten in 2009 zien dat uit een enkele volwassen darmstamcel in de juiste kweekomgeving een structuur kon ontstaan met kenmerken van darmweefsel. Dat maakte zichtbaar hoeveel organisatievermogen in stamcellen en hun onderlinge signalen besloten ligt.[4]

Met zulke modellen kunnen onderzoekers volgen hoe weefsel groeit en hoe cellen reageren op een stof. Ook kunnen ze verschillen tussen mensen bestuderen. Toch blijft een kweekschaaltje een vereenvoudiging. Bloedvaten, zenuwen, afweercellen en contacten met andere organen ontbreken vaak of zijn maar gedeeltelijk aanwezig. Een reactie in een organoïde voorspelt daarom niet automatisch wat er in een heel lichaam gebeurt.[2], [12]

Van ontdekking naar een mogelijke behandeling

Een cel laten groeien is iets anders dan aantonen dat hij in het lichaam nuttig en veilig functioneert. Bij de ontwikkeling van een celtherapie volgen verschillende onderzoeksvragen elkaar op. De stappen kunnen overlappen; een probleem kan onderzoekers ook terugbrengen naar de kweektafel.[5]

  1. 01

    Begrijpen

    Welke cellen zijn nodig? Welke signalen sturen hun ontwikkeling? Een laboratoriumexperiment onderzoekt het mechanisme.

  2. 02

    Functie en veiligheid testen

    Onderzoek buiten het lichaam en, waar nodig, in dieren laat zien hoe de cellen zich gedragen en welke risico's nader onderzocht moeten worden.

  3. 03

    Eerste onderzoek bij mensen

    Kleine studies onderzoeken vooral veiligheid, uitvoerbaarheid en dosering. Verbetering bij enkele deelnemers is nog geen overtuigend bewijs van werkzaamheid.

  4. 04

    Vergelijken en blijven volgen

    Vervolgstudies onderzoeken baten en nadelen bij meer deelnemers, zo mogelijk tegenover een vergelijkingsgroep. Ook effecten op langere termijn tellen mee.

Onderzoek bij mensen wordt vaak ingedeeld in fasen. Fase 1 richt zich vooral op veiligheid en dosering, fase 2 verkent de werkzaamheid verder en fase 3 onderzoekt die doorgaans op grotere schaal. Een studie kan fasen combineren. Het etiket alleen vertelt dus niet hoe sterk de conclusie is; de opzet, vergelijking en duur zijn minstens zo belangrijk.[6]

Wat leren we over klieren, zenuwen en organen?

Het lichaam heeft geen universele reparatiecel die ieder beschadigd onderdeel vanzelf vervangt. Elk weefsel stelt andere eisen. Onderzoek aan de hypofyse gaat bijvoorbeeld over hormoonproducerende cellen; onderzoek aan het hart over spiercellen die samen moeten kunnen samentrekken.

Voorbeeld uit dieronderzoek

Hypofyse: hoe reageert een hormoonklier op schade?

De hypofyse maakt hormonen die andere klieren aansturen. Onderzoekers willen weten of de aanwezige stam- en voorlopercellen kunnen bijdragen aan herstel wanneer hormoonproducerende cellen uitvallen.

Een studie uit 2012 liet bij volwassen muizen zien dat een stam- en voorlopercelpopulatie actief werd na gerichte schade aan de hypofyse. In het beschadigde weefsel trad gedeeltelijk herstel op. Dat helpt begrijpen hoe zo'n klier op letsel reageert. Het toont niet aan dat een beschadigde menselijke hypofyse met een stamcelinjectie kan worden hersteld.[7]

Voorbeeld uit dieronderzoek

Thymus: een omgeving waarin T-cellen kunnen rijpen

In de thymus rijpen T-cellen, een onderdeel van het immuunsysteem. De ondersteunende epitheelcellen van de thymus vormen hiervoor een gespecialiseerde omgeving. Die ondersteunende cellen zijn dus niet hetzelfde als de T-cellen zelf.

In 2014 brachten onderzoekers muizenbindweefselcellen met de regelstof FOXN1 in een thymusachtige toestand. Na transplantatie, samen met andere ondersteunende cellen, ontstond bij muizen georganiseerd thymusweefsel dat de ontwikkeling van T-cellen ondersteunde. Het experiment ging over het opbouwen van een functionerende celomgeving, niet over een bewezen verjongingsbehandeling voor mensen.[8]

Vroeg klinisch onderzoek

Alvleesklier: cellen die reageren op glucose

De eilandjes van de alvleesklier bevatten onder meer bètacellen, die insuline maken. Het onderzoeksdoel is niet alleen om insulineproducerende cellen te kweken, maar om cellen te krijgen die hun afgifte aanpassen aan de hoeveelheid glucose.

Een studie uit 2025 onderzocht uit stamcellen gekweekte eilandjescellen bij een kleine groep mensen met diabetes type 1. De resultaten lieten herstel van insulineproductie zien. De deelnemers kregen ook afweeronderdrukkende medicatie. De werking van de cellen is daarmee een belangrijke stap, maar de risico's van de hele behandeling en de resultaten op langere termijn blijven essentieel.[9]

Vroeg klinisch onderzoek

Zenuwcellen: meer dan alleen een signaalstof maken

Een nieuwe zenuwcel moet niet alleen overleven, maar ook op de juiste plek passen in een netwerk. Dat maakt celvervanging in het zenuwstelsel bijzonder ingewikkeld.

Bij Parkinson onderzoeken wetenschappers cellen die dopamine kunnen leveren. Een in 2026 gepubliceerde fase 1/2-studie met acht deelnemers gebruikte uit embryonale stamcellen ontwikkelde voorlopers van zulke zenuwcellen. Het betrof een open studie zonder controlegroep, gericht op veiligheid en uitvoerbaarheid. Er waren ook ernstige gebeurtenissen tijdens het onderzoek, waaronder een overlijden door een longinfectie. Resultaten moeten daarom worden beoordeeld in samenhang met de operatie en afweeronderdrukking, niet alleen met het celproduct.

Dergelijke studies onderzoeken vervanging van een specifieke celfunctie. Ze bewijzen niet dat alle veranderingen bij Parkinson verdwijnen of dat het ziekteproces wordt gestopt.[10]

Dieronderzoek en eerste klinische toepassing

Hartspier: cellen als samenwerkend weefsel

Een hartspiercel moet kracht leveren en samenwerken met omliggende cellen. Dat vraagt meer dan losse cellen op de juiste plaats brengen. Daarom wordt ook onderzocht of gekweekt hartspierweefsel als een weefsellapje kan worden aangebracht.

Een publicatie uit 2025 beschreef zulke weefsels, gemaakt met iPS-cellen, bij resusapen en een eerste patiënt met ernstig hartfalen. Het onderzoek liet zien dat het aangebrachte weefsel kon blijven bestaan; bij de apen werden ook functionele effecten onderzocht. Dat is nog geen bewijs dat deze aanpak bij grote groepen mensen de levensduur verlengt of een harttransplantatie kan vervangen.[11]

Het gaat hier om doelgericht gekweekte hartspiercellen. Dat is iets anders dan de veronderstelling dat gewone beenmergcellen vanzelf een nieuwe hartspier vormen.

Laboratorium- en dieronderzoek

Nieren: onderdelen kweken is nog geen orgaan bouwen

Een nier bestaat uit verschillende celtypen die samen bloed filteren en de samenstelling van het lichaamsvocht regelen. Nierorganoïden kunnen sommige structuren nabootsen, maar daarmee zijn ze nog geen vervangende nier.

Onderzoek naar transplantatie van menselijke nierorganoïden in muizen liet zien dat bloedvaten konden ingroeien, terwijl het weefsel toch onrijp bleef. Ook ontstonden ongewenste structuren, waaronder kraakbeen en cysten. Juist zulke bevindingen zijn belangrijk: ze laten zien welke problemen eerst moeten worden opgelost voordat aan orgaanvervanging kan worden gedacht.[12]

Wat wordt al toegepast? Het voorbeeld van bloedvorming

Bij een bloedstamceltransplantatie worden stamcellen gebruikt om de bloedvorming te herstellen, bijvoorbeeld na intensieve behandeling van bepaalde bloedkankers. De cellen kunnen afkomstig zijn uit beenmerg, uit het bloed of uit navelstrengbloed. Afhankelijk van de situatie zijn ze van de patiënt zelf of van een donor.[13]

Hier sluit de toepassing aan op de normale taak van de cel: een bloedstamcel levert nieuwe bloedcellen. Dat maakt deze behandeling geen bewijs dat dezelfde cellen ook een nier, hersengebied of hartspier kunnen vervangen.

Hoe die dagelijkse bloedvorming werkt en welke rol het beenmerg daarbij speelt, lees je in beenmerg en beenmergstamcellen.

Waarom kost de stap naar een toepassing zoveel tijd?

Levende cellen zijn geen pillen met een vaste hoeveelheid werkzame stof. Ze kunnen delen, veranderen en reageren op de omgeving. Daarom moeten onderzoekers onder meer nagaan of een kweek voldoende zuiver is, of de bedoelde cellen hun functie behouden en of er ongewenste groei optreedt.[5]

Daarnaast kan het immuunsysteem cellen van een donor afstoten. Afweeronderdrukking kan dat risico beperken, maar heeft eigen nadelen. Dat zie je terug in onderzoek naar eilandjescellen en zenuwceltransplantatie.[9], [10]

Een commerciële aanbieding met het woord 'stamcellen' zegt op zichzelf niets over werkzaamheid of toelating. De Europese geneesmiddelenautoriteit EMA waarschuwt dat ongereguleerde celproducten ernstige risico's kunnen hebben, bijvoorbeeld door vervuiling of een onduidelijke samenstelling.[14] De beoordeling hoort altijd bij een concreet product, een concrete toepassing en de mensen voor wie het bedoeld is.

Veelgestelde vragen over stamcelonderzoek

Is stamcelonderzoek hetzelfde als stamceltherapie?

Nee. Veel onderzoek gaat over celontwikkeling, weefselvorming of het testen van stoffen. Stamceltherapie is een toepassing waarbij stamcellen, of cellen die daaruit zijn ontwikkeld, deel uitmaken van een behandeling.

Kunnen volwassen stamcellen ieder orgaan herstellen?

Nee. Volwassen weefselstamcellen hebben doorgaans een beperkt ontwikkelingsbereik. Bloedstamcellen leveren bijvoorbeeld bloedcellen. Voor een ander celtype zijn andere uitgangscellen of speciale laboratoriumtechnieken nodig, en dat garandeert nog geen orgaanherstel.

Is een organoïde een volledig orgaan?

Nee. Een organoïde bootst bepaalde structuren en functies na. De volledige doorbloeding, zenuwvoorziening en samenwerking met de rest van het lichaam ontbreken vaak. Het is een onderzoeksmodel, geen kant-en-klaar donororgaan.

Zijn voor stamcelonderzoek altijd embryo's nodig?

Nee. Onderzoekers werken ook met volwassen weefselstamcellen en iPS-cellen. Welk type geschikt is, hangt af van de onderzoeksvraag. Embryonale stamcellen vormen een aparte bron.

Betekent een succesvolle proef dat een behandeling beschikbaar is?

Nee. Een resultaat in cellen of dieren moet nog worden vertaald naar mensen. Ook een kleine studie bij mensen kan nog onvoldoende informatie geven over werkzaamheid en risico's op langere termijn.

Waarom is een ontdekking zonder behandeling toch belangrijk?

Een experiment kan laten zien hoe cellen hun taak krijgen of waarom weefsel zich niet goed ontwikkelt. Die kennis heeft op zichzelf waarde en kan later leiden tot betere onderzoeksmodellen, medicijnen of andere toepassingen.

Wetenschappelijke bronnen

De onderzoeken hieronder hebben verschillende doelen en bewijskracht. Bij de voorbeelden staat daarom vermeld of ze in het laboratorium, bij dieren of bij mensen zijn uitgevoerd.

  1. NIH, National Institute of General Medical Sciences (2024). What Are Stem Cells? Basisuitleg over zelfvernieuwing, differentiatie en herprogrammering.
  2. NIH. Stem Cell Basics. Celkweek, ontwikkelingsmogelijkheden en toepassingen als onderzoeksmodel.
  3. Takahashi K et al. (2007). Induction of pluripotent stem cells from adult human fibroblasts by defined factors. Cell. Oorspronkelijk onderzoek naar menselijke iPS-cellen.
  4. Sato T et al. (2009). Single Lgr5 stem cells build crypt-villus structures in vitro without a mesenchymal niche. Nature. Experimenteel onderzoek naar darmorganoïden.
  5. International Society for Stem Cell Research. Clinical Translation of Stem Cell-Based Interventions. Richtlijnen voor preklinisch onderzoek, kwaliteit en klinische toepassing.
  6. NIH. Clinical Research Trials and You: The Basics. Opzet en fasen van klinisch onderzoek.
  7. Fu Q et al. (2012). The adult pituitary shows stem/progenitor cell activation in response to injury and is capable of regeneration. Endocrinology. Dieronderzoek bij muizen.
  8. Bredenkamp N et al. (2014). An organized and functional thymus generated from FOXN1-reprogrammed fibroblasts. Nature Cell Biology. Dieronderzoek bij muizen.
  9. Reichman TW et al. (2025). Stem Cell-Derived, Fully Differentiated Islets for Type 1 Diabetes. New England Journal of Medicine. Vroeg klinisch onderzoek naar zimislecel.
  10. Paul G et al. (2026). Human embryonic stem cell-derived dopaminergic cells for Parkinson's disease: a phase 1/2 open-label trial. Nature Medicine. Kleine studie zonder controlegroep.
  11. Jebran AF et al. (2025). Engineered heart muscle allografts for heart repair in primates and humans. Nature. Preklinisch onderzoek en eerste klinische bevindingen.
  12. Nam SA et al. (2019). Graft immaturity and safety concerns in transplanted human kidney organoids. Experimental & Molecular Medicine. Menselijke organoïden getransplanteerd in muizen.
  13. National Cancer Institute. Stem Cell Transplants in Cancer Treatment. Toepassing van bloedstamceltransplantatie.
  14. European Medicines Agency (2025). Unregulated advanced therapy medicinal products pose serious risks to health. Veiligheidswaarschuwing over ongereguleerde producten.