Stamcellen

Mesenchymale stromale cellen (MSC’s): wat weten we?

MSC’s worden onderzocht vanwege hun contact met andere cellen en hun afgifte van signaalstoffen. Online worden ze vaak veel ruimer aangeprezen, alsof één celproduct uiteenlopende ziekten kan herstellen. Wat zijn deze cellen werkelijk, wat is nog onderzoek en wanneer is een behandeling bewezen?

Bekkenbot met rood beenmerg, vetweefsel en een navelstreng rond een kweekschaal met langgerekte stromale cellen
Eigen medische illustratie van beenmerg, vetweefsel en navelstrengweefsel als mogelijke bronnen voor gekweekte MSC-populaties. De onderdelen zijn samengebracht voor uitleg en niet onderling op schaal.© Stamcel.org

Stamcel of stromale cel?

De letters MSC werden lang uitgelegd als mesenchymal stem cells: mesenchymale stamcellen. Veel onderzoekers gebruiken tegenwoordig liever mesenchymale stromale cellen. Een stromale cel ondersteunt de plaatselijke omgeving van een weefsel. Voor de naam “stamcel” is sterker bewijs nodig dat één cel zichzelf langdurig kan vernieuwen én in het lichaam verschillende gespecialiseerde celtypen kan voortbrengen.[2]

In de dagelijkse onderzoekspraktijk omvat MSC vaak een gemengde populatie cellen die na isolatie aan kweekplastic hecht en zich kan vermenigvuldigen. De herkomst doet ertoe: cellen uit beenmerg zijn niet zonder meer gelijk aan cellen uit vet- of navelstrengweefsel. Daarom is “MSC” geen universeel werkzaam bestanddeel.

MSC’s zijn ook iets anders dan hematopoëtische stamcellen. Bloedstamcellen maken bloed- en afweercellen. MSC-populaties worden vooral bestudeerd vanwege ondersteuning van weefsels, beïnvloeding van afweerreacties en signalen naar omliggende cellen.

Waar komen MSC’s vandaan?

Cellen met MSC-kenmerken zijn uit meerdere weefsels geïsoleerd. Veelgebruikte bronnen zijn beenmerg, vetweefsel en perinataal weefsel zoals de gelei van Wharton in de navelstreng. “Uit navelstreng” is niet hetzelfde als “uit navelstrengbloed”: dat bloed is vooral bekend als bron van bloedvormende stam- en voorlopercellen.

Schema van drie weefselbronnen via isolatie en kweek naar controles van identiteit en functie
Een weefselbron, een kweekvorm en enkele merkers samen bepalen nog niet wat de cellen in een patiënt zullen doen. Iedere toepassing vraagt eigen karakterisering en functionele testen.© Stamcel.org

Beenmerg

Hier maken stromale cellen deel uit van de omgeving rond bloedvorming. Ze zijn niet dezelfde cellen als de bloedstamcellen die bij transplantatie worden gebruikt.

Vetweefsel

De stromale-vasculaire fractie bevat verschillende celtypen. Een onbewerkt celmengsel is dus niet hetzelfde als een gecontroleerd gekweekte MSC-populatie.

Navelstrengweefsel

De gelei rond de navelstrengvaten bevat stromale cellen. Commerciële termen als “Wharton’s jelly product” zeggen op zichzelf niets over identiteit, dosis of werkzaamheid.

Hoe herkennen onderzoekers MSC’s?

De International Society for Cell & Gene Therapy stelde in 2006 minimale laboratoriumcriteria voor om studies beter vergelijkbaar te maken. De cellen moeten onder standaardomstandigheden aan plastic hechten, een bepaald patroon van oppervlakte-eiwitten hebben en in de kweek in de richting van bot-, vet- en kraakbeencellen kunnen differentiëren.[1]

Positief patroonCD73, CD90 en CD105
Negatief patroononder meer CD45 en CD34
In-vitrotestbot, vet en kraakbeen

Dit zijn minimumcriteria voor een gekweekte populatie, geen keurmerk voor een behandeling. Het kunnen vormen van celachtige structuren in een schaaltje bewijst niet dat toegediende cellen in een mens veilig kraakbeen, zenuwweefsel of hartspier herstellen. Moderne beoordeling kijkt daarom ook naar herkomst, productiemethode, zuiverheid, dosis, biologische activiteit en het beoogde werkingsmechanisme.

Wat zouden MSC’s kunnen doen?

In vroege studies lag de nadruk op hun mogelijkheid om bindweefselachtige celtypen te vormen. Later verschoof de belangstelling naar stoffen die MSC’s afgeven en naar hun invloed op afweercellen, ontsteking, bloedvaten en wondherstel. Dat wordt vaak een paracrien effect genoemd: de cel communiceert met nabije cellen via signaalstoffen.

Ook extracellulaire blaasjes en exosomen worden onderzocht. Een exosoom is echter geen MSC en een product met exosomen is niet vanzelf veiliger of bewezen werkzaam. De precieze samenstelling kan sterk verschillen. Wat in een celkweek meetbaar is, moet bovendien nog in geschikte diermodellen en gecontroleerde klinische studies worden bevestigd.

Na toediening via een bloedvat blijven veel cellen aanvankelijk in de longcirculatie steken en een groot deel overleeft niet langdurig. Daarom is het eenvoudige beeld “de cellen reizen naar de schade en worden daar nieuw weefsel” meestal te stellig. Het vermoedelijke effect kan per product, route, dosis en aandoening verschillen.

Van onderzoek naar behandeling

Er lopen klinische studies met MSC-producten voor uiteenlopende aandoeningen. Een studie kan belangrijk zijn zonder al te bewijzen dat een behandeling werkt. Vroege fasen onderzoeken vaak vooral haalbaarheid, dosis en veiligheid. Voor werkzaamheid zijn doorgaans grotere, goed gecontroleerde en bij voorkeur gerandomiseerde studies nodig.

Zes treden van laboratoriumbevinding tot bewezen en gereguleerde behandeling
Veelbelovend laboratoriumonderzoek staat onderaan de bewijsladder. Een betrouwbare behandeling vraagt productspecifiek bewijs, toezicht en langdurige controle.© Stamcel.org

In de Europese Unie vallen sterk bewerkte cellen of cellen die voor een andere wezenlijke functie worden gebruikt doorgaans onder de regels voor geavanceerde therapieën (ATMP’s). Kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid worden voor een concreet product en een concrete indicatie beoordeeld.[5]

Een leerzaam voorbeeld is darvadstrocel (Alofisel), een product met gekweekte vetweefsel-afgeleide stromale cellen voor bepaalde complexe perianale fistels bij de ziekte van Crohn. Het kreeg in 2018 een EU-toelating, maar die werd in december 2024 ingetrokken nadat het klinische voordeel niet langer voldoende werd aangetoond. Dat betekent niet dat alle MSC-onderzoek waardeloos is; het laat zien dat toelating nooit een algemene goedkeuring van “MSC’s” is en dat vervolggegevens ertoe doen.[6]

Onbewezen commerciële MSC-behandelingen herkennen

MSC’s worden commercieel aangeboden tegen artrose, rugpijn, neurologische ziekten, longziekten, autisme, vermoeidheid en veroudering. Eén soort cellen voor veel niet-verwante aandoeningen is juist een waarschuwingssignaal. De ISSCR waarschuwt dat experimenteel niet hetzelfde betekent als deelname aan een gereguleerde klinische studie.[3][4]

Let op deze signalen

  • vooral getuigenissen en voor-en-na-verhalen;
  • geen duidelijk product, dosis of celkarakterisering;
  • dezelfde behandeling voor veel ziekten;
  • betalen wordt voorgesteld als deelname aan onderzoek;
  • geen openbaar onderzoeksprotocol of onafhankelijk toezicht;
  • “eigen cellen” wordt gebruikt als garantie voor veiligheid.

Vraag altijd

  • welke cellen precies worden toegediend;
  • welke bevoegde instantie toezicht houdt;
  • of er een openbaar trialnummer is;
  • welke gecontroleerde studies de claim ondersteunen;
  • welke korte én langetermijnrisico’s bekend zijn;
  • wie medische nazorg en schade opvangt.

Risico’s en onzekerheden

De risico’s hangen af van bron, productiewijze, dosis, toedieningsroute en gezondheidstoestand. Mogelijke problemen zijn besmetting, infectie, afweerreacties, stolsels of afsluiting van kleine bloedvaten, ongewenste weefselvorming en complicaties van de ingreep waarmee cellen worden afgenomen of toegediend. De langetermijneffecten van veel producten zijn onvoldoende bekend.

“Autoloog”—afkomstig van de patiënt zelf—betekent niet automatisch veilig. Cellen kunnen tijdens isolatie en kweek veranderen of verontreinigd raken; ook de plaats en manier van toediening brengen risico mee. De FDA meldt misleidende marketing en ernstige bijwerkingen bij ongereguleerde regeneratieve producten.[7]

Veelgestelde vragen

Zijn MSC’s echte stamcellen?

Sommige afzonderlijke cellen kunnen stamceleigenschappen hebben, maar een gekweekte MSC-populatie is heterogeen. Daarom adviseren deskundigen de neutralere naam mesenchymale stromale cellen, tenzij zelfvernieuwing en stamcelgedrag overtuigend zijn aangetoond.

Maken MSC’s in het lichaam nieuw bot of kraakbeen?

Dat kan niet uit alleen een laboratorium-differentiatietest worden afgeleid. Voor iedere medische toepassing is afzonderlijk bewijs nodig dat het product op de bedoelde plaats veilig en klinisch relevant werkt.

Zijn MSC’s uit vet hetzelfde als MSC’s uit beenmerg?

Nee. Ze kunnen dezelfde minimale laboratoriumkenmerken delen, maar bron, donor, kweekmethode en productiestappen beïnvloeden hun eigenschappen.

Is navelstrengbloed een bron van MSC’s?

Navelstrengbloed is vooral bekend als bron van bloedvormende stam- en voorlopercellen. Stromale cellen worden vaker uit navelstrengweefsel, waaronder de gelei van Wharton, verkregen. Die termen horen niet door elkaar te worden gebruikt.

Zijn exosomen hetzelfde als stamcellen?

Nee. Exosomen zijn kleine blaasjes die cellen afgeven. Ze bevatten geen levende stamcel en een exosoomproduct moet afzonderlijk op samenstelling, veiligheid en werkzaamheid worden beoordeeld.

Betekent een klinische studie dat de behandeling werkt?

Nee. Een studie onderzoekt juist nog een vraag. Kijk naar fase, controlegroep, aantal deelnemers, geregistreerde uitkomsten en gepubliceerde resultaten.

Voor professionals en gevorderde lezersWetenschappelijke verdiepingNomenclatuur, heterogeniteit en potentietesten

De afkorting verhult biologische verschillen

De ISCT-position statement uit 2019 adviseert bronweefsel expliciet te vermelden en “stem cell” alleen te gebruiken wanneer stamness met passend in-vitro- én in-vivobewijs is onderbouwd. Populaties die aan de klassieke criteria voldoen, kunnen onderling verschillen in transcriptieprofiel, secretie, proliferatie, immunomodulatie en differentiatievermogen.[2]

Een potentietest moet bij het werkingsmechanisme passen

Een generieke trilineage-test is onvoldoende wanneer het product bijvoorbeeld een ontstekingsreactie moet beïnvloeden. Dan zijn assays nodig die het voorgestelde mechanisme kwantificeren en met klinisch relevante productkenmerken verbinden. Donorvariatie, passage, invriezen, ontdooien en productieschaal kunnen de uitkomst veranderen.

Celproduct, toedieningsroute en indicatie vormen één beoordeling

Veiligheids- of werkzaamheidsgegevens van één bron, dosis of ziekte kunnen niet zonder meer worden overgedragen naar een ander MSC-product. Dat is waarom regulatoire beoordeling productspecifiek is en waarom een brede claim als “MSC-therapie werkt ontstekingsremmend” onvoldoende precies is.

Bronnen

  1. Dominici M et al. Minimal criteria for defining multipotent mesenchymal stromal cells. Cytotherapy, 2006. De klassieke minimale laboratoriumcriteria.
  2. Viswanathan S et al. Mesenchymal stem versus stromal cells. Cytotherapy, 2019. ISCT-standpunt over naamgeving, bron en bewijs voor stamceleigenschappen.
  3. ISSCR Guide to Stem Cell Treatments, 2024 (PDF). Patiëntengids over bewezen, experimentele en onbewezen behandelingen.
  4. ISSCR Guidelines: Clinical Translation of Stem Cell-Based Interventions. Voorwaarden voor verantwoorde klinische ontwikkeling.
  5. European Medicines Agency. Advanced therapy medicinal products: overview. Europese regulatoire indeling van cel- en weefselproducten.
  6. European Medicines Agency. Alofisel (darvadstrocel). EU-toelating uit 2018 en intrekking op 13 december 2024.
  7. U.S. Food and Drug Administration. Consumer Alert on Regenerative Medicine Products Including Stem Cells and Exosomes. Waarschuwingen over misleidende claims en ongereguleerde producten.