Wat zijn neurale stamcellen?
Neurale stamcellen zijn cellen die zichzelf kunnen vernieuwen en nakomelingen kunnen leveren die zich ontwikkelen tot zenuwcellen en bepaalde gliacellen. Tijdens de ontwikkeling helpen zij hersenen en ruggenmerg opbouwen. Een neurale voorlopercel is al verder op weg naar een bestemming en heeft doorgaans beperktere ontwikkelingsmogelijkheden. De termen stamcel en voorlopercel zijn daarom niet volledig uitwisselbaar.[1]
Een zenuwcel verwerkt signalen. Astrocyten ondersteunen onder meer de omgeving van zenuwcellen; oligodendrocyten maken myeline rond axonen in het centrale zenuwstelsel. Deze verschillende taken vragen verschillende celtypen. Microglia, de plaatselijke afweercellen van de hersenen, hebben een andere ontwikkelingsherkomst en vallen niet onder de drie routes in het schema.[1]
Niet iedere neurale stamcel kan op ieder moment alle soorten zenuwcellen maken. De plaats in het zenuwstelsel, de ontwikkelingsfase en de signalen uit de omgeving bepalen mede wat mogelijk is. Lees de algemene uitleg over differentiatie en genactiviteit.
Ontstaan bij volwassenen nog nieuwe zenuwcellen?
Neurogenese betekent de vorming van nieuwe zenuwcellen. Dat is iets anders dan bestaande zenuwcellen die hun verbindingen versterken of aanpassen. Leren en herstel mogen dus niet automatisch worden uitgelegd als het aanmaken van nieuwe neuronen.
Onderzoek aan menselijk hersenweefsel is lastig: bewaartijd, weefselkwaliteit en gebruikte celkenmerken beïnvloeden wat onderzoekers kunnen aantonen. In 2025 beschreven onderzoekers delende neurale voorlopercellen in de volwassen menselijke hippocampus, een gebied dat belangrijk is voor geheugen. Dat versterkt het bewijs voor nieuwe neuronvorming bij volwassenen. Hoeveel nieuwe cellen uiteindelijk overleven, welke functie ze krijgen en hoeveel zij bijdragen aan herstel, zijn afzonderlijke vragen.[2]
Resultaten bij muizen gelden niet automatisch voor mensen. Dat is vooral belangrijk bij de reukkolf. Koolstofdatering van menselijke neuronen wees op zeer beperkte of afwezige nieuwe neuronvorming daar na de geboorte. De hippocampus en de reukkolf mogen daarom niet als twee gelijkwaardige, bewezen menselijke herstelreservoirs worden gepresenteerd.[3]
Waarom is zenuwweefsel zo moeilijk te herstellen?
Een nieuwe cel toevoegen is slechts één stap. Zij moet op de juiste plaats overleven, de juiste eigenschappen ontwikkelen en passende verbindingen maken. Voor het herstel van een lange zenuwbaan kan ook groei over afstand nodig zijn. Bovendien beïnvloeden littekenweefsel, ontstekingsreacties en de oorspronkelijke ziekte de omgeving waarin de cel terechtkomt.
Een transplantaat dat dopamine produceert kan een andere taak hebben dan cellen die myeline moeten herstellen of beschadigde motorische zenuwbanen ondersteunen. Daarom bestaat er geen enkele algemene stamcelbehandeling voor het hele zenuwstelsel. Onderzoek moet per celproduct en aandoening laten zien wat er werkelijk verandert.[4]
Basisuitleg: zenuwcellen, synapsen en gliacellen. Daar staat waarom een werkend netwerk meer vraagt dan alleen levende cellen.
Drie verschillende routes in het onderzoek
Cellen bestuderen in het laboratorium
Met iPS-cellen kunnen onderzoekers lichaamscellen herprogrammeren en daaruit geschikte zenuwcellen of gliacellen maken. Zo kunnen zij ziekteverschijnselen en reacties op stoffen onderzoeken. Een goed werkend ziektemodel is waardevol, ook wanneer er geen cellen bij een patiënt worden ingebracht.[4]
Specifieke cellen vervangen
Bij celvervanging worden cellen eerst in een gewenste ontwikkelingsrichting gebracht. Bij Parkinson gaat het bijvoorbeeld om voorlopers van dopamineproducerende neuronen. Het doel is niet om onbeperkt groeiende pluripotente stamcellen in de hersenen te plaatsen.[5][6]
Het bestaande weefsel ondersteunen
Andere benaderingen onderzoeken of cellen stoffen afgeven die de omgeving beïnvloeden. Dit komt onder meer voor in onderzoek met mesenchymale stromale cellen (MSC’s). Zo’n benadering is niet hetzelfde als het vervangen van verloren neuronen. Het aantonen van een stof of biomarker bewijst bovendien nog geen merkbare verbetering voor patiënten.[9]
Parkinson: gerichte celvervanging met een belangrijke nuance
Bij Parkinson gaan onder meer dopamineproducerende neuronen verloren. Celonderzoek richt zich daarom op het aanvullen van dopaminerge cellen. Daarmee is niet vanzelf aangetoond dat alle verschijnselen verdwijnen of dat de onderliggende ziekte stopt.
Een in 2025 gepubliceerde fase-1-studie onderzocht bemdaneprocel, gemaakt uit menselijke embryonale stamcellen, bij twaalf deelnemers. Het onderzoek was vooral gericht op veiligheid en verdraagbaarheid. De vroege uitkomsten ondersteunden vervolgonderzoek, maar zonder gerandomiseerde controlegroep kan zo’n studie de werkzaamheid niet definitief vaststellen.[5]
Het Kyoto-onderzoek, eveneens gepubliceerd in 2025, onderzocht uit iPS-cellen gemaakte dopaminerge cellen bij zeven deelnemers. Ook dit was een kleine, vroege studie. Dat een transplantaat overleeft en dopamineactiviteit laat zien, is belangrijk, maar niet hetzelfde als bewezen langdurige klinische winst voor iedere patiënt.[6]
Actualisering, september 2026: het specifieke product AMCHEPRY (raguneprocel) kreeg in Japan in maart 2026 een voorwaardelijke en tijdgebonden toelating voor verbetering van motorische symptomen bij bepaalde patiënten die onvoldoende reageren op bestaande medicatie. Dit blijkt uit Japanse toelatingsinformatie en de aankondiging van de fabrikant. Deze Japanse toelating zegt op zichzelf niets over beschikbaarheid of toelating in Nederland of België; zij betekent evenmin dat willekeurige stamcelbehandelingen voor Parkinson zijn goedgekeurd.[7][8]
Ruggenmergletsel: veiligheid en herstel apart beoordelen
Na ruggenmergletsel kunnen meerdere celtypen en verbindingen beschadigd zijn. De plaats, ernst en tijd sinds het letsel maken verschil. Resultaten bij recent letsel zijn daarom niet zonder meer toepasbaar op een al jaren bestaande dwarslaesie.
Een fase-1-publicatie uit 2026 beschreef vier mensen met subacuut, volledig cervicaal ruggenmergletsel die neurale stam-/voorlopercellen uit iPS-cellen ontvingen. Tijdens twee tot vier jaar opvolging werden geen tumoren of transplantaatgerelateerde ongewenste gebeurtenissen waargenomen. Het primaire veiligheidsdoel werd gehaald.[10]
Er waren ook motorische verbeteringen. Door de kleine groep en het ontbreken van een gerandomiseerde controlegroep kan echter niet worden vastgesteld hoeveel daarvan door het transplantaat kwam. Natuurlijk herstel, revalidatie en verschillen tussen patiënten moeten worden meegenomen. De bevindingen rechtvaardigen verder onderzoek, geen algemene herstelbelofte.[10]
ALS en beroerte: ook negatieve resultaten horen erbij
ALS
Bij ALS wordt onder andere onderzocht of celproducten overlevingssignalen voor zenuwcellen kunnen ondersteunen. Een gerandomiseerde fase-3-studie met eigen MSC’s die neurotrofe factoren afscheidden, haalde het primaire eindpunt niet. Dat betekent dat de vooraf gekozen belangrijkste maat geen overtuigend behandelvoordeel liet zien. Signalen in subgroepen of biomarkers veranderen die hoofdconclusie niet automatisch. Dit resultaat gaat over het onderzochte product en protocol, niet over alle denkbare toekomstige celtherapieën.[9]
Beroerte
In de TREASURE-studie werd een uit beenmerg afkomstig product met multipotente volwassen voorlopercellen onderzocht na een acuut herseninfarct. Het gerandomiseerde fase-2/3-onderzoek toonde geen significant verschil op het primaire eindpunt na negentig dagen. Dit waren geen uit neurale stamcellen gemaakte vervangende neuronen. Het voorbeeld laat zien waarom het celtype en het beoogde werkingsmechanisme steeds vermeld moeten worden.[11]
Hersenorganoïden: modellen om vragen te beantwoorden
Hersenorganoïden zijn driedimensionale celmodellen waarin bepaalde kenmerken van hersenontwikkeling ontstaan. Zij zijn geen complete hersenen. De samenstelling, rijping en organisatie zijn beperkter dan in het lichaam.
In een invloedrijke studie uit 2013 gebruikten onderzoekers zulke modellen om aspecten van microcefalie, een ontwikkelingsaandoening met een te klein hoofd en brein, te onderzoeken. Dat illustreert hun waarde als onderzoeksmodel. Een waarneming in een organoïde moet verder worden getoetst voordat zij iets zegt over een behandeling bij mensen.[12]
Lees ook hoe onderzoekers organoïden gebruiken binnen stamcelonderzoek.
Waar let je op bij een behandelclaim?
Vraag welk celproduct wordt gebruikt, voor welke aandoening en in welk onderzoek of toelatingskader. “Eigen cellen” betekent niet automatisch veilig. Kweek, verwerking, plaats van toediening, afweerreacties en ongewenste celgroei blijven relevant.
Een betrouwbare uitleg vermeldt ook wat niet is aangetoond: hoeveel deelnemers er waren, of er een controlegroep was, hoe lang mensen gevolgd zijn en of het primaire eindpunt werd bereikt. Een registratie van een studie is geen keurmerk voor werkzaamheid. Bespreek een aanbod met de behandelend specialist; de algemene uitleg op deze pagina is geen individueel behandeladvies.
Veelgestelde vragen
Kunnen neurale stamcellen alle lichaamscellen maken?
Nee. Zij horen bij neurale ontwikkelingsroutes. Dat is beperkter dan het vermogen van pluripotente stamcellen.
Zijn nieuwe zenuwcellen hetzelfde als nieuwe verbindingen?
Nee. Neurogenese is de vorming van nieuwe neuronen. Bestaande neuronen kunnen hun verbindingen ook aanpassen zonder dat er nieuwe neuronen ontstaan.
Is een MSC een neurale stamcel?
Nee. Mesenchymale stromale cellen vormen een andere categorie. Onderzoek naar hun ondersteunende signalen is niet hetzelfde als vervanging door neuronen.
Is stamceltherapie voor Parkinson goedgekeurd?
In Japan kreeg AMCHEPRY in maart 2026 een voorwaardelijke, tijdgebonden toelating voor een specifieke indicatie. Die status geldt niet automatisch voor andere producten of landen.
Kan een organoïde worden gebruikt als vervangend brein?
Nee. Hersenorganoïden zijn beperkte onderzoeksmodellen en geen complete vervangende hersenen.
Betekent een geslaagde veiligheidsstudie dat de behandeling werkt?
Nee. Veiligheid en werkzaamheid zijn verschillende vragen. Kleine vroege studies kunnen zeldzame of late risico’s bovendien missen.
Wetenschappelijke verdieping — voor professionals en gevorderde lezers
Identiteit, functie en klinische relevantie
Beoordeel de regionale identiteit en rijpingsfase van het transplantaat, residuele pluripotente cellen, batchvariatie en de gebruikte functionele potentietest. Een neuronale merker alleen bewijst geen correcte elektrofysiologie of netwerkfunctie.
Houd surrogaatuitkomsten zoals beeldvorming en biomarkers gescheiden van vooraf vastgelegde patiëntuitkomsten. Let op blindering, comparator, immunosuppressie, uitval en duur van follow-up. Bij letsel zijn tijd sinds de beschadiging en revalidatie belangrijke factoren; bij degeneratie blijft de invloed van het ziekteproces op het transplantaat relevant.[5][6][10]
Een voorwaardelijke toelating is een regulatoire categorie met eigen voorwaarden. Beschrijf product, indicatie, land en datum expliciet. Trek daaruit geen algemene conclusie over de hele klasse celtherapieën.[7][8]
Bronnen
Bronnen en toelatingsstatus gecontroleerd op 5 september 2026. Fabrikantinformatie wordt alleen gebruikt voor de vermelde productstatus, naast de Japanse toezichthouder.
- NINDS — The Life and Death of a Neuron
- Karolinska Institutet — delende neurale voorlopercellen in de volwassen hippocampus, onderzoek in Science (2025)
- Bergmann et al. — The age of olfactory bulb neurons in humans (2012)
- NINDS — Focus on Stem Cell Research
- Tabar et al. — fase 1 met hES-afgeleide dopaminerge cellen (2025)
- Sawamoto et al. — fase I/II met iPS-afgeleide dopaminerge cellen (2025)
- PMDA — toelatingsrapporten, AMCHEPRY (maart 2026)
- Sumitomo Pharma — voorwaardelijke, tijdgebonden Japanse toelating (6 maart 2026); fabrikantbron
- Cudkowicz et al. — gerandomiseerde fase 3 met MSC-NTF bij ALS
- iPSC-derived neural progenitor cell therapy for subacute spinal cord injury — fase 1 (2026)
- Houkin et al. — TREASURE, gerandomiseerd onderzoek bij herseninfarct (2024)
- Lancaster et al. — Cerebral organoids model human brain development and microcephaly (2013)
