Wat is een stamceltransplantatie?
Bij een stamceltransplantatie krijgt iemand bloedvormende stamcellen toegediend. Deze cellen kunnen in het beenmerg nieuwe bloedcellen maken. Het gaat om bloedstamcellen, niet om embryonale stamcellen en ook niet om een behandeling die willekeurig ieder beschadigd orgaan vervangt.[1][2]
De naam klinkt als een operatie, maar de toediening lijkt meer op een bloedtransfusie: de cellen gaan via een infuus de bloedbaan in. De behandeling eromheen kan wél zwaar zijn. Vooraf is een voorbereidende behandeling nodig en daarna volgt een kwetsbare herstelperiode.[3]
Waarom zijn die nieuwe cellen nodig? In het beenmerg ontstaan rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes. Ze vervoeren zuurstof, helpen infecties bestrijden en beperken bloedverlies. Als de bloedvorming ziek is of door een intensieve behandeling wordt beschadigd, kan een transplantatie helpen haar opnieuw op te bouwen.[1][2]
Deze pagina beschrijft het behandeltraject. Voor het bredere verschil tussen bewezen behandelingen, onderzoek en commerciële claims: wat weten we over stamceltherapie?
Bij welke ziekten wordt dit toegepast?
Stamceltransplantatie kan onderdeel zijn van de behandeling van bepaalde vormen van leukemie, lymfoom en multipel myeloom. Ook bij sommige ernstige beenmergziekten en aangeboren bloed- of afweerstoornissen kan een donortransplantatie worden overwogen. Niet iedereen met zo’n ziekte heeft een transplantatie nodig of komt ervoor in aanmerking.[1][4]
De keuze hangt onder meer af van het precieze ziektebeeld, eerdere behandelingen, de reactie daarop, de conditie van organen en de verwachte voor- en nadelen. Leeftijd telt mee, maar zegt op zichzelf niet alles over wat iemand aankan.[4][5]
Daarnaast bestaat bij zorgvuldig geselecteerde auto-immuunziekten een toepassing met eigen bloedstamcellen. Bij zeer actieve relapsing-remitting MS gaat het bijvoorbeeld om het sterk onderdrukken van de ontregelde afweer, gevolgd door herstel van de bloedvorming. Dit is geen transplantatie van zenuwcellen en geen gegarandeerd herstel van bestaande zenuwschade.[6]
Eigen stamcellen of stamcellen van een donor?
De twee belangrijkste vormen heten autoloog en allogeen. Die woorden vertellen van wie de cellen komen. Het zijn geen twee uitvoeringen waaruit je vrij kunt kiezen: het doel van de behandeling bepaalt welke vorm passend kan zijn.
Autoloog: je krijgt je eigen cellen terug
Vooraf worden eigen bloedstamcellen verzameld en bewaard. Na de intensieve behandeling krijg je ze terug om de bloedvorming te laten herstellen. Bij een kankerbehandeling is vooral de voorafgaande therapie tegen de ziekte gericht; de teruggegeven cellen ondersteunen het herstel. Dit wordt onder meer toegepast bij multipel myeloom en bepaalde lymfomen.[7]
Er is geen donor nodig en je krijgt geen donorafweer die jouw weefsels als vreemd kan herkennen. Dat maakt het echter niet tot een lichte of risicoloze behandeling. Infecties, bijwerkingen van de voorbehandeling en terugkeer van de ziekte blijven belangrijke aandachtspunten.[7]
Allogeen: je krijgt cellen van iemand anders
Bij een allogene transplantatie komen de bloedstamcellen van een donor. Daaruit kan nieuwe bloedvorming ontstaan. Donorafweercellen kunnen bij bepaalde bloedkankers bovendien achtergebleven kwaadaardige cellen aanvallen. Dit gewenste effect heet het graft-versus-leukemie-effect.[8]
Die afweer kan ook gezonde weefsels beschadigen. Dat heet graft-versus-hostziekte. Daarom spelen donorselectie, afweerremmende medicijnen en controles een grote rol. Een donortransplantatie is niet simpelweg een krachtigere versie van een autologe transplantatie: het werkingsprincipe en de risico’s verschillen.[8]
Hoe wordt een passende donor gevonden?
Bij het zoeken naar een donor worden onder andere HLA-kenmerken vergeleken. Dit zijn herkenningskenmerken op cellen die belangrijk zijn voor de afweer. Een passende HLA-combinatie is iets anders dan dezelfde bloedgroep hebben.[9]
Een broer of zus kan geschikt zijn, maar familie zijn betekent niet automatisch dat iemand past. Soms wordt een niet-verwante donor via een donorregister gevonden. Ook gedeeltelijk passende familiedonoren kunnen bij bepaalde transplantatieprogramma’s worden gebruikt. Het team beoordeelt de combinatie van weefselkenmerken, gezondheid, beschikbaarheid en andere medische factoren.[9]
Een donor ondergaat een afzonderlijke keuring en krijgt uitleg over de donatie. Aanmelding in een register betekent dus niet dat iemand meteen doneert of gegarandeerd wordt opgeroepen.
Zelf donor worden? Matchis legt uit hoe registratie als stamceldonor in Nederland werkt. Het transplantatieteam regelt de donorzoektocht voor de patiënt.
Uit bloed, beenmerg of navelstrengbloed
Het type transplantatie en de bron van de cellen zijn twee verschillende dingen. ‘Allogeen’ betekent van een donor; ‘uit beenmerg’ vertelt waar de cellen zijn verzameld.
Uit het bloed
Vaak worden bloedstamcellen uit het bloed verzameld. Medicijnen stimuleren eerst dat meer van deze cellen vanuit het beenmerg in het bloed terechtkomen. Vervolgens scheidt een apparaat de benodigde cellen af en stroomt de rest van het bloed terug. Dit heet aferese. Het is geen gewone bloedafname van één buisje.[10]
Uit het beenmerg
Een andere mogelijkheid is afname van beenmerg uit het bekken, onder verdoving of narcose volgens het donatieprotocol. Beenmerg is niet hetzelfde als ruggenmerg. Er worden hierbij geen cellen uit het zenuwweefsel in de wervelkolom gehaald. Na de afname kan de donor tijdelijk pijn of een beurs gevoel bij het bekken hebben.[3]
Uit navelstrengbloed
Bloed dat na een geboorte in navelstreng en placenta achterblijft, bevat eveneens bloedstamcellen. Bewaarde eenheden kunnen bij geselecteerde donortransplantaties worden gebruikt. De hoeveelheid beschikbare cellen en de kenmerken van patiënt en transplantatie spelen mee in die keuze. Dit is iets anders dan stromale cellen uit navelstrengweefsel.[2]
De voorbereiding: meer dan een opnamedatum
Vooraf onderzoekt het team hoe actief de ziekte is en of je lichaam de behandeling naar verwachting aankan. Dat kan bestaan uit bloedonderzoek, onderzoek van hart en longen en zo nodig aanvullend beeld- of beenmergonderzoek. Welke onderzoeken nodig zijn, verschilt per patiënt.[5][11]
Ook voeding, bewegen binnen je mogelijkheden en psychische ondersteuning kunnen onderdeel van de voorbereiding zijn. Vertel het team welke medicijnen en supplementen je gebruikt. Bespreek daarnaast wie thuis kan helpen en hoe vervoer en controles geregeld kunnen worden.[11]
Vraag vóór de behandeling naar mogelijke gevolgen voor de vruchtbaarheid. Soms zijn er mogelijkheden om zaadcellen, eicellen of embryo’s te bewaren. Wat haalbaar is, hangt onder meer af van de beschikbare tijd, gezondheid en voorgenomen behandeling. Wacht met deze vraag niet tot na de transplantatie.[12]
Hoe verloopt de behandeling?
De grote lijn bestaat uit voorbereiding, voorbehandeling, toediening en herstel. De volgorde helpt om het traject te begrijpen, maar het is geen vast tijdschema voor iedereen.
1. Voorbehandeling: conditionering
De voorbereidende behandeling heet conditionering. Daarbij worden medicijnen gebruikt, soms in combinatie met bestraling. Het doel verschilt: de ziekte bestrijden, de eigen afweer onderdrukken om donorcellen te laten aanslaan, en de omstandigheden voor nieuwe bloedvorming voorbereiden. Er bestaan intensievere en minder intensieve schema’s. ‘Minder intensief’ betekent niet dat er geen ernstige risico’s zijn.[4][8]
2. De transplantatiedag: dag 0
De dag waarop de stamcellen worden toegediend, wordt vaak dag 0 genoemd. De cellen gaan via een infuus of centrale lijn de bloedbaan in. Je hoeft voor die toediening meestal niet onder narcose. Het team controleert je tijdens de toediening op reacties. Via het bloed kunnen de stamcellen het beenmerg bereiken.[3][5]
3. De dip: weinig bloedcellen
Na de voorbehandeling kunnen de aantallen bloedcellen sterk dalen. In deze periode is er meer kans op infecties, bloedingen en klachten door bloedarmoede. Het team volgt de bloedwaarden en geeft zo nodig ondersteunende behandeling, zoals bloedplaatjes, rode bloedcellen of medicijnen tegen infecties.[13]
4. Nieuwe bloedvorming: aanslaan van het transplantaat
Als de toegediende cellen voldoende nieuwe bloedcellen gaan maken, spreekt men van engraftment: het transplantaat slaat aan. Dit gebeurt doorgaans in de weken na de toediening, maar de snelheid verschilt onder meer per celbron en behandeltraject.[10][14]
Een stijgend aantal witte bloedcellen is goed nieuws, maar betekent niet dat je afweer alweer volledig normaal werkt. Bloedwaarden, afweerherstel en herstel van conditie lopen niet gelijk op.[15]
Bijwerkingen en risico’s
Veel vroege klachten komen door de voorbehandeling. Mogelijke gevolgen zijn misselijkheid, diarree, haaruitval, pijnlijke slijmvliezen in mond en keel en vermoeidheid. De ernst verschilt per schema en per persoon. Het behandelteam kan veel klachten ondersteunen of behandelen.[12]
Ernstige complicaties zijn onder meer infecties, bloedingen en beschadiging van organen. Soms komt de nieuwe bloedvorming onvoldoende op gang of gaat die later weer verloren. Ook kan de oorspronkelijke ziekte terugkeren. Een transplantatie kan levensreddend zijn, maar er bestaat ook een risico om aan complicaties te overlijden.[1][14][16]
Bespreek deze risico’s in relatie tot het alternatief: wat is de verwachting mét een transplantatie, en wat zonder? Algemene internetcijfers kunnen die persoonlijke afweging niet vervangen.
Graft-versus-hostziekte: wanneer donorafweer schade geeft
Bij een donortransplantatie kunnen afweercellen van de donor gezonde weefsels van de ontvanger aanvallen. Dit heet graft-versus-hostziekte, afgekort GvHD. Het is niet hetzelfde als afstoting, waarbij de afweer van de ontvanger zich juist tegen het transplantaat richt.[8][16]
GvHD kan onder andere de huid, darmen en lever treffen. Bij langdurige vormen kunnen ook bijvoorbeeld mond, ogen of longen betrokken zijn. De klachten lopen uiteen. Nieuwe huiduitslag, aanhoudende diarree of andere veranderingen moeten daarom met het transplantatieteam worden besproken.[16][17]
Er worden medicijnen en behandelstrategieën gebruikt om GvHD te voorkomen of te behandelen. Die kunnen tegelijk de weerstand tegen infecties verminderen. Het team zoekt daarom steeds een balans tussen gewenste afweerwerking, bescherming van gezonde weefsels en infectierisico.[8][16]
Voor de achtergrond: hoe het immuunsysteem onderscheid maakt en reageert. Over een andere celgroep die bij specifieke complicaties wordt onderzocht of gebruikt: MSC’s en klinisch bewijs. MSC’s vervangen niet de bloedstamcellen van de transplantatie.
Herstellen in het ziekenhuis en thuis
Vaak is een ziekenhuisopname nodig, maar sommige trajecten kunnen deels buiten het ziekenhuis plaatsvinden. Naar huis kunnen betekent niet dat de behandeling klaar is: in het begin zijn meestal nog veel controles nodig. Bloedonderzoek, medicatie en afspraken worden afgestemd op je herstel.[5][13]
Thuis kan het tempo tegenvallen. Een douche, wandeling of gesprek kan al veel energie kosten. Probeer activiteiten stap voor stap op te bouwen en bespreek problemen met eten, slapen of bewegen. Hulp van naasten, een diëtist, fysiotherapeut of psychosociale hulpverlener kan belangrijk zijn.[13][18]
Bloedwaarden hersteld, afweer nog niet
De verschillende onderdelen van het immuunsysteem herstellen niet allemaal even snel. Vooral na een donortransplantatie kunnen het ontstaan van nieuwe afweercellen, afweerremmende medicijnen en GvHD langdurig invloed hebben. Daarom blijven infectiepreventie en controles belangrijk, ook wanneer je je beter voelt.[15]
Volg de eigen instructies van het centrum over voedselveiligheid, contact met zieke mensen, medicijnen en vaccinaties. Een nieuw vaccinatieplan kan nodig zijn; het team bepaalt wat op welk moment passend is. Gebruik geen algemeen internetschema als vervanging van die afspraken.[13][15]
Herstel gaat niet alleen over bloedwaarden. Terugkeren naar werk, studie, seksualiteit of een sociaal leven vraagt soms maanden of langer. Dat het langer duurt dan gehoopt, betekent niet automatisch dat de transplantatie mislukt is. Nieuwe of toenemende klachten verdienen wel beoordeling.[17][18]
Praktische ondersteuning en ervaringen van patiënten en naasten: informatie over stamceltransplantatie bij Hematon.
Vruchtbaarheid en gevolgen op langere termijn
Ook na het eerste herstel blijven controles belangrijk. Sommige mensen houden last van vermoeidheid of chronische GvHD. Afhankelijk van de behandeling kunnen later bijvoorbeeld hormonale problemen, oogklachten of een verhoogde kans op een tweede soort kanker optreden. Niet iedereen krijgt deze gevolgen.[17]
Chemotherapie en bestraling kunnen daarnaast invloed hebben op de aanmaak van zaadcellen en op de werking van de eierstokken. De gevolgen kunnen tijdelijk of blijvend zijn. Bespreek een kinderwens, veranderingen in menstruatie, seksuele klachten of vragen over anticonceptie met het behandelteam.[12][19]
Biologische achtergrond: hoe zaadcellen worden gevormd en de hormoonfunctie van de geslachtsklieren.
Wanneer moet je contact opnemen?
Volg altijd de belinstructies van je eigen transplantatiecentrum. Neem tijdens de kwetsbare behandel- en herstelperiode direct contact op bij koorts of koude rillingen, benauwdheid, een bloeding die niet stopt of als je plotseling duidelijk zieker wordt. Wacht daarmee niet tot de volgende controle. Bel bij een levensbedreigende situatie 112.[12][16]
Laat vóór ontslag vastleggen welk nummer je overdag én ’s nachts kunt bellen. Vraag ook wat je moet doen bij diarree, nieuwe huiduitslag, braken of problemen met het innemen van medicijnen. De temperatuurgrens en overige instructies van jouw centrum zijn leidend.
Wat is de kans dat een transplantatie helpt?
Er is geen enkel succespercentage dat op iedere stamceltransplantatie past. Het maakt verschil welke ziekte iemand heeft, hoe goed die onder controle is, welke behandeling wordt gebruikt en hoe de gezondheid verder is.[1][4]
Vraag ook wat met ‘succes’ wordt bedoeld. Het aanslaan van de bloedvorming is niet hetzelfde als genezing. Een periode zonder terugkeer van de ziekte is weer iets anders dan overleving of kwaliteit van leven. Bij het bespreken van cijfers horen daarom altijd een duidelijke uitkomst, tijdsperiode en vergelijkbare patiëntengroep.[14]
Vragen om mee te nemen naar het ziekenhuis
- Wat is bij mij het doel: genezing, langdurige ziektecontrole of iets anders?
- Waarom wordt een transplantatie met eigen cellen of juist donorcellen voorgesteld?
- Welke andere behandelopties zijn er en wat zijn de voor- en nadelen?
- Wat zijn voor mijn situatie de belangrijkste risico’s en verwachte kansen?
- Hoe ziet mijn planning eruit en welke hulp heb ik thuis nodig?
- Wat moet ik vóór de behandeling bespreken over vruchtbaarheid?
- Welke klachten moet ik meteen melden en wie bel ik buiten kantooruren?
- Hoe worden mijn afweer, herstel en kwaliteit van leven gevolgd?
Neem iemand mee als je dat prettig vindt en schrijf antwoorden op. Vraag om uitleg in gewone woorden als een term niet duidelijk is.
Veelgestelde vragen
Is een stamceltransplantatie hetzelfde als een beenmergtransplantatie?
Beenmergtransplantatie is een vorm van bloedstamceltransplantatie waarbij de cellen uit beenmerg worden verzameld. Ze kunnen ook uit bloed of navelstrengbloed komen. De naam ‘beenmergtransplantatie’ wordt soms ruimer gebruikt.[2]
Worden de stamcellen rechtstreeks in mijn botten gespoten?
Bij het gebruikelijke behandeltraject niet. Ze worden via de bloedbaan toegediend en kunnen van daaruit het beenmerg bereiken. Een beenmergonderzoek vooraf is een andere handeling.[3][5]
Is doneren hetzelfde als een transplantatie ondergaan?
Nee. Een donor staat cellen af en krijgt geen voorbereidende kankerbehandeling van de ontvanger. Donatie heeft wel eigen mogelijke bijwerkingen en wordt apart medisch begeleid.[9][10]
Moet de donor dezelfde bloedgroep hebben?
Niet noodzakelijk. Voor donorselectie zijn vooral passende HLA-kenmerken van belang. Een verschil in bloedgroep kan medisch worden meegenomen in de planning.[9]
Hoe lang duurt het voordat ik weer de oude ben?
Dat is niet vooraf precies te zeggen. Nieuwe bloedvorming kan al eerder op gang komen dan herstel van afweer en conditie. Dat verdere herstel kan maanden tot langer dan een jaar vragen, afhankelijk van het traject en eventuele complicaties.[13][15][18]
Kan de ziekte na een transplantatie terugkomen?
Ja. Het aanslaan van de cellen sluit terugkeer van de oorspronkelijke ziekte niet uit. Daarom blijven ziektecontroles nodig naast controles van bloedvorming en bijwerkingen.[1][14]
Is deze behandeling hetzelfde als stamceltherapie tegen artrose?
Nee. Deze pagina gaat over bloedstamcellen en de opbouw van bloedvorming. Een injectie met een ander celproduct in een gewricht heeft een ander doel en een eigen bewijs- en risicoprofiel. Zie het onderdeel over artrose en gewrichtsbehandeling.
Kan ik deze uitleg gebruiken als mijn eigen behandelplan?
Nee. Dit is algemene voorlichting. Medicijnen, leefregels, belgrenzen en controles worden door jouw transplantatiecentrum persoonlijk vastgesteld.
Wetenschappelijke verdieping
Meer over chimerisme en immuunherstel (vakniveau)
Aanslaan, chimerisme en ziektecontrole zijn verschillende uitkomsten
Na allogene transplantatie kan chimerismeonderzoek bepalen welk aandeel van de onderzochte bloedcellen afkomstig is van donor of ontvanger. De betekenis van gemengd chimerisme hangt onder meer af van de ziekte, onderzochte cellijn, meetmethode en het verloop in de tijd. Het is geen op zichzelf staand bewijs van terugkeer van de ziekte. Ziektegerichte metingen en klinische beoordeling blijven nodig.[14]
Immuunreconstitutie verloopt niet als één proces
Herstel van aantallen en herstel van functie vallen niet samen. Bestaande en nieuwgevormde T-cellen, B-cellen en aangeboren afweercellen dragen op verschillende momenten bij. Onder andere leeftijd, transplantaatkenmerken, conditionering en afweerremming beïnvloeden dat verloop. Dit verklaart waarom een hersteld leukocytenaantal niet voldoende is om infectiebescherming of vaccinatierespons te voorspellen.[15]
Basis en samenhang: de thymus en T-cellen en immuunreactie en afweergeheugen.
Bronnen en werkwijze
Samengesteld en op bronnen gecontroleerd op 7 september 2026. Ziekenhuisinformatie onderbouwt het behandeltraject; het EBMT-handboek onderbouwt de vakverdieping. Praktische afspraken verschillen per centrum. Deze algemene voorlichting vervangt geen persoonlijk medisch advies en is niet afzonderlijk door een arts beoordeeld.
- National Cancer Institute: Stem Cell and Bone Marrow Transplants for Cancer
- Nederlandse Internisten Vereniging, Hematologie Nederland: stamceltransplantaties
- NHS: How a stem cell or bone marrow transplant is done (2026)
- UMC Utrecht: allogene stamceltransplantatie
- UMC Utrecht: autologe stamceltransplantatie, patiëntenfolder
- Zorginstituut Nederland: aHSCT bij zeer actieve relapsing-remitting MS (2022)
- Kanker.nl: autologe stamceltransplantatie
- Kanker.nl: allogene stamceltransplantatie
- UMC Utrecht: stamcellen doneren voor een familielid
- UMC Utrecht: stamcellen verzamelen uit het bloed, donorinformatie
- NHS: Preparing for a stem cell or bone marrow transplant (2026)
- NHS: Complications of a stem cell or bone marrow transplant (2026)
- NHS: Recovering from a stem cell or bone marrow transplant (2026)
- EBMT Handbook (2024), hoofdstuk 21: Documentation of Engraftment and Chimerism After HCT
- EBMT Handbook (2024): Clinical and Biological Concepts for Mastering Immune Reconstitution After HCT
- UMC Utrecht: graft-versus-host disease
- Kanker.nl: na een stamceltransplantatie
- Hematon: stamceltransplantatie, informatie voor patiënten en naasten
- UMC Utrecht: vruchtbaarheid en kanker

